Van 2 tot 4 april komt de internationale militaire organisatie NAVO bijeen in de Roemeense hoofdstad. Er zijn redenen genoeg om zich zorgen te maken…
Met 35.000 soldaten is de oorlog in Afghanistan de grootste interventie in de geschiedenis van de NAVO. Wat aanvankelijk als een ‘vredesmissie’ werd voorgesteld, is duidelijk een oorlogsmissie geworden met dagelijkse confrontaties met de Taliban. De NAVO-troepen voeren steeds meer luchtbombardementen uit. Volgens officiële schattingen vielen daarbij in de eerste 10 maanden van 2007 ongeveer 370 burgerdoden. Dat is meer dan het aantal burgerdoden dat aan de Taliban worden toegeschreven.
De VS wil dat Europa meer troepen stuurt, en zal de druk ongetwijfeld opvoeren. Belgisch defensieminister De Crem toonde zich alvast de vlijtigste leerling door jachtbommenwerpers toe te zeggen.
Maar opiniepeilingen tonen aan dat de Europese bevolking niet warm loopt voor de oorlog. in Duitsland bijvoorbeeld blijkt dat slechts 13 % van de bevolking het sturen van troepen naar Afghanistan steunt. Zal de Duitse regering toch beslissen de Amerikanen te gehoorzamen en meer troepen sturen?
Een wereldgendarme onder leiding van de VS?
Er gaan steeds meer stemmen op om de NAVO te laten evolueren van een Europees-Amerikaanse militaire alliantie naar een wereldwijde, militaire ‘veiligheidsorganisatie’ onder leiding van de Verenigde Staten. De NAVO moet overal ter wereld en met alle beschikbare middelen de wil van de VS helpen opleggen.
Begin januari publiceerden vijf voormalige generaals, die in het verleden grote NAVO-missies hebben geleid, in een 'onafhankelijk verslag' voor de oprichting van een militaire raad bestaande uit de VS, de NAVO en de EU. Die raad zou moeten optreden in plaats van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en daarmee Rusland en China, twee permanente leden van deze raad, buiten spel zetten. Wat vooral ophef maakte is dat de generaals openlijk pleitten voor “het preventief gebruik van nucleaire wapens”.
Ook de Amerikaanse republikeinse presidentskandidaat John McCain verdedigt de oprichting van een zogenaamde ‘Liga van Democratieën, waarin de VS, de Europese Unie en de NAVO de kern moeten vormen “van een internationale vredesorde gebaseerd op vrijheid”: "Zulk een nieuw orgaan zou (...) ongehinderde markttoegang kunnen voorzien aan landen met dezelfde waarden van economische en politieke vrijheid. Een organisatie van democratieën zou tirannen onder druk kunnen zetten met of zonder goedkeuring van Moskou en Peking .” Dit nieuwe Strategisch Concept moet helemaal af zijn tegen de 60ste verjaardag van de NAVO in 2009. In Boekarest hoopt men een grote stap voorwaarts te kunnen zetten.
Verhinder Belgische misdaden in Afghanistan
Waarom minister De Crem (CD&V) beter geen vier F16-vliegtuigen en 140 extra soldaten naar Afghanistan zou sturen.
Weet minister De Crem niet dat de NAVO-bombardementen in 2007 méér burgerslachtoffers heeft gemaakt dan de Taliban, die van terrorisme beschuldigd worden? Weet minister De Crem niet dat de Taliban als politieke strijdbeweging is georganiseerd en jarenlang ondersteund door de Verenigde Staten (met hulp van de Pakistaanse geheime dienst)? Alleen toen bleek dat ze de Amerikaanse belangen tóch niet dienden zoals verhoopt, vielen de Taliban in ongenade. Weet minister De Crem niet dat deze zogenaamde ‘humanitaire’ bezetting van Afghanistan de belangen van de olielobby moet dienen? Unocal (nu deel van Chevron) wil al jaren een pijpleiding bouwen van Kazakstan doorheen Afghanistan en Pakistan naar het Zuiden. Weet minister De Crem niet dat Afghanistan nooit met succes werd bezet? Niet door de Britten in de jaren 1920, niet door de Duitsers in 1930-40, niet door de Sovjet-Unie in de jaren ’80, en niet door de VS en de NAVO nu.Bombardementen zijn niet humanitair, en zullen niet bijdragen tot de vrede en de stabilisatie van de regio. Hou de Belgische F-16s dus weg uit Afghanistan.
Teken de open brief aan Minister van Defensie Pieter De Crem op www.stopUSA.be of op www.11.be. De petitie wordt ondersteund door 11.11.11., Intal, Oxfam Solidariteit, Pax Christi Vlaanderen, StopUSA, UCOS, Vrede vzw en Vredesactie.
Discussiethema’s op de NAVO-top
NATO Response Force (NRF). Elke NAVO-lidstaat houdt troepen ter beschikking voor de NRF. Nu wordt voorgesteld dat de NRF ook naar Afghanistan kan gestuurd worden.
Uitbreiding van de alliantie naar het Oosten. Albanië, Kroatië en Macedonië staan in de wachtrij voor NAVO-lidmaatschap. Daarnaast willen ook Georgië en Oekraïne bij de club.
Rakettenschild. Sinds 1999 worden de mogelijkheden een NAVO-rakettenschild onderzocht. Maar die discussie wordt doorkruist door de Amerikaanse plannen om in Polen en Tsjechië een eigen Amerikaanse raketafweer te bouwen. Laat de NAVO zich ertoe dwingen om mee te stappen in de Amerikaanse plannen?
Kernwapens. De Duitse en Noorse regering gaven een voorzichtige aanzet om meer te doen voor ontwapening. Maar de Verenigde Staten zien in kernwapens een essentieel deel van hun Strategie en willen die wapens moderniseren.
“Global partnerships”. Maar liefst dertien niet-lidstaten nemen een rol op in NAVO-missies. De VS wil die samenwerking een formeel kader geven. Ook landen als Japan, Zuid-Korea, Australië en Nieuw-Zeeland moeten steviger bij de NAVO betrokken worden, vindt Washington. Dat betekent wel dat de NAVO plots een rol krijgt in de Stille Oceaan. Als het ginder tot een militair conflict komt, bvb met China, wordt Europa daar via de NAVO bij betrokken. Willen wij dat?
Publication list - PUBLIC HEALTH
De Vos P, García A, Alvarez A, Rodríguez A, Bonet M, Van der Stuyft P (2012) Public health services, an essential determinant of health during crisis. Lessons from Cuba, 1989-2000. Trop. Med. Int. Health 17: 469-479.
De Ceukelaire W, De Vos P, Criel B (2011) Political will for better health, a bottom-up process. Trpo. Med. Int. Health 16: 1185-1189.
De Vos P, Guerra M, Sosa I, Ferrer L, Rodríguez A, Bonet M, Lefèvre P, Van der Stuyft P (2011) Comprehensive participatory planning and evaluation (CPPE). Social Medicine 6(2): 106-117.
De Vos P, Guerra M, Sosa I, Ferrer L, Rodriguez A, Bonet M, Lefèvre P, Van der Stuyft P (2011) Planificación y evaluación participativa e integral (PEPI). Medicina Social 6(2): 120-133.
De Vos P (2010) Strengthening public health systems: an analysis of global trends and counter-praxis in Cuba. Dissertation - PhD in Medical Sciences. Ghent University, 29th of November 2010.
Londoño E, Dario-Gómez R, De Vos P (2010) Colombia’s health reform: false debates, real imperatives. Lancet 375: 803.
De Vos P, Orduñez-García P, Santos-Peña M, Van der Stuyft P (2010) Public hospital management in times of crisis: lessons learned from Cienfuegos, Cuba (1996-2008). Health Policy 96, 64-71. [DOI: 10.1016/j.healthpol.2010.01.005]
(Also in MEDICC Review 2010 12(2): 37-43.)
Van Olmen J, Criel B, Devadasan N, Pariyo G, De Vos Pol, Van Damme W, Van Dormael M, Marchal B, Kegels G (2010) Primary Health Care in the 21st century: primary care providers and people's empowerment [editorial]. Trop. Med. Int. Health 15: 386-390.
De Vos P, Van der Stuyft P (2009) The right to health in times of economic crisis: Cuba’s way. Lancet 374, 1575-1576.
De Vos P, De Ceukelaire W, Malaise G, Pérez D, Lefèvre P, Van der Stuyft P (2009) Health through people’s empowerment: a rights-based approach to participation. Health and Human Rights 11(1):23-35.
De Vos P, Malaise G, De Ceukelaire W, Perez D, Lefèvre P, Van der Stuyft P (2009) Participation and empowerment in Primary Health Care: from Alma Ata to the era of Globalization. Social Medicine 4(2), 121-127. http://journals.sfu.ca/socialmedicine/index.php/socialmedicine/article/view/269/633.
De Vos P, Malaise G, DeCeukelaire W, Perez D, Lefèvre P, Van der Stuyft P (2009) Participación y empoderamiento en la atención primaria en salud: desde Alma Ata hasta la era de la globalización. Medicina Social 4(2); 127-134. http://journals.sfu.ca/socialmedicine/index.php/medicinasocial/article/view/314/651.
Perez D, Lefèvre P, Romero MI, Sanchez L, De Vos P, Van der Stuyft P (2009) Augmenting frameworks for appraising practices of community-based health interventions. Health Policy and Planning 24(5): 335-341. (DOI:10.1093/heapol/czp028)
De Ceukelaire W, De Vos P (2009) Social movements are key towards universal health coverage. Lancet 374:1888.
De Ceukelaire W, De Vos P (2009) Governments, civil society, and social determinants of health. Lancet 373, 298-299.
De Vos P (2009) Las nuevas oportunidades para América Latina. p 161-175. In: Barten F, Rovere M, Espinoza E (eds). Salud Para Todos. Una Meta Posible. Pueblos Movilizados y Gobiernos Comprometidos en un Nuevo Contexto Global. Buenos Aires, IIED – América Latina Publicaciones 2009. [http://www.iied-al.org.ar/Libro%20Salud%20para%20todos.pdf]. [ISBN: 978-987-22370-5-9]
Soors W, De Vos P, Criel B (2009) Sociale Zekerheid is geen 'vraatzuchtig monstertje'. De Standaard, 14 augustus.
De Vos P, De Ceukelaire W, Bonet M, Van der Stuyft P. Commentary: Cuba's health system: challenges ahead. Health Policy and Planning 2008;23:288-290.
De Vos P et al. Uses of first line emergency services in Cuba. Health Policy 2008; 85(1):94-104.
De Vos P, De Ceukelaire W, Bonet M, Van der Stuyft P. Cuba’s international cooperation in health: an overview. International Journal of Health Services 2007; 37(4):761-776.
Van der Stuyft P, De Vos P. The USA and “Cuban doctors working abroad”. Lancet 2007; 369:2160 (30th June).
De Vos P, Barroso I, Rodriguez A, Bonet M, Van der Stuyft P. The functioning of the Cuban home hospitalization programme: a descriptive analysis. BMC Health Services Research 2007, 7:76.
Barroso Utra IM, García Fariñas A, Rodríguez Salvá A, De Vos P, Bonet Gorbea M, Van Der Stuyft P. El ingreso en el hogar y su costo directo en Cuba. Rev Panam Salud Publica. 2007; 21(2/3):85-95.
De Vos P. Cuba's delayed transition needs (Letter). Lancet 2006; 368:1324 (14th October).
De Vos P, De Ceukelaire W and Van der Stuyft P. Colombia and Cuba: contrasting models in Latin-American health sector reform. Trop Med Int Health 2006; 11(10): 1604-1612.
De Vos P and Van der Stuyft P. Cuba's international cooperative efforts in health (Letter). BMJ 2006;333:603 (16 September).
De Vos, P. Cuba's international cooperation efforts in health. (e-mail letter) BMJ 2006; 333. 2nd of September. (bmj.bmjjournals.com/cgi/eletters/333/7566/464)
De Vos, P. Health Report on Cuba. "No One Left Abandoned": Cuba's National Health System Since the 1959 Revolution. International Journal of Health Servicies 2005; 35(1): 189-207.
De Vos, P., Murlá, P., Rodriguez, A., Bonet, M., Más, P., Van der Stuyft, P. Shifting the demand for emergency care in Cuba's health system. Social Science & Medicine 2005; (60)3: 609-616.
De Vos, P., Bonet, M., Van der Stuyft, P. Health and human rights in Cuba (LETTER). Lancet 2004; 364: 2177-2178.
De Vos, P., Dewitte, H., and Van der Stuyft, P. Unhealthy European Health Policy. International Journal of Health Services 2004; 34(2): 255–269.
De Vos, P. De Belder, B. Vandepitte, M., et al. Globalisering en gezondheid. Een alternatief voor commercialisering en privatisering. Etudes marxistes 58. EPO/MS, Antwerpen, 2002. 168p.
De Vos, P. De Belder, B. Vandepitte, M., et al. Globalisation et santé. Une alternative à la commercialisation et à la privatisation. Etudes marxistes 58. EPO/MS, Antwerpen, 2002. 168p.
De Vos P. Crise économique et soins de santé à Cuba. Lett RIAC 2000; juin: 24-26.
De Vos P. Economic crisis and health care in Cuba. INFI Newsl 2000; June: 24-26.
Van der Stuyft P & De Vos P. Nicaragua's debt burden: a permanent hurricane (LETTER). Lancet 1996; 352, 2024.
Van der Stuyft P, De Vos P & Hilderbrand K. USA ans shortage of food and medicine in Cuba(LETTER). Lancet 1997; 349, 363.
Criel B, De Vos P, Van Lerberghe W & Van der Stuyft P. Community financing or cost recovery: empowerment or social dumping?(EDITORIAL). Tropical Medicine and International Health 1997; 1, 281-282.
Porignon D, De Vos P, Hennart P Problématique du secteur santé au Zaïre. 1994. ULB Brussel en ITG Antwerpen.
De Vos P. The role of the general practitioner at the first line health services in Rivas, Nicaragua. Thesis Masters’ of Public Health 1992; ITM Antwerp.
Castillo L, Wesseling C, Aguilar H, Castillo C, De Vos P. Uso e impacto de los plaguicidas en tres países centroamericanos. Estudios Sociales Centroamericanos (Costa Rica) 1989; 49, 119-139.
De Ceukelaire W, De Vos P, Criel B (2011) Political will for better health, a bottom-up process. Trpo. Med. Int. Health 16: 1185-1189.
De Vos P, Guerra M, Sosa I, Ferrer L, Rodríguez A, Bonet M, Lefèvre P, Van der Stuyft P (2011) Comprehensive participatory planning and evaluation (CPPE). Social Medicine 6(2): 106-117.
De Vos P, Guerra M, Sosa I, Ferrer L, Rodriguez A, Bonet M, Lefèvre P, Van der Stuyft P (2011) Planificación y evaluación participativa e integral (PEPI). Medicina Social 6(2): 120-133.
De Vos P (2010) Strengthening public health systems: an analysis of global trends and counter-praxis in Cuba. Dissertation - PhD in Medical Sciences. Ghent University, 29th of November 2010.
Londoño E, Dario-Gómez R, De Vos P (2010) Colombia’s health reform: false debates, real imperatives. Lancet 375: 803.
De Vos P, Orduñez-García P, Santos-Peña M, Van der Stuyft P (2010) Public hospital management in times of crisis: lessons learned from Cienfuegos, Cuba (1996-2008). Health Policy 96, 64-71. [DOI: 10.1016/j.healthpol.2010.01.005]
(Also in MEDICC Review 2010 12(2): 37-43.)
Van Olmen J, Criel B, Devadasan N, Pariyo G, De Vos Pol, Van Damme W, Van Dormael M, Marchal B, Kegels G (2010) Primary Health Care in the 21st century: primary care providers and people's empowerment [editorial]. Trop. Med. Int. Health 15: 386-390.
De Vos P, Van der Stuyft P (2009) The right to health in times of economic crisis: Cuba’s way. Lancet 374, 1575-1576.
De Vos P, De Ceukelaire W, Malaise G, Pérez D, Lefèvre P, Van der Stuyft P (2009) Health through people’s empowerment: a rights-based approach to participation. Health and Human Rights 11(1):23-35.
De Vos P, Malaise G, De Ceukelaire W, Perez D, Lefèvre P, Van der Stuyft P (2009) Participation and empowerment in Primary Health Care: from Alma Ata to the era of Globalization. Social Medicine 4(2), 121-127. http://journals.sfu.ca/socialmedicine/index.php/socialmedicine/article/view/269/633.
De Vos P, Malaise G, DeCeukelaire W, Perez D, Lefèvre P, Van der Stuyft P (2009) Participación y empoderamiento en la atención primaria en salud: desde Alma Ata hasta la era de la globalización. Medicina Social 4(2); 127-134. http://journals.sfu.ca/socialmedicine/index.php/medicinasocial/article/view/314/651.
Perez D, Lefèvre P, Romero MI, Sanchez L, De Vos P, Van der Stuyft P (2009) Augmenting frameworks for appraising practices of community-based health interventions. Health Policy and Planning 24(5): 335-341. (DOI:10.1093/heapol/czp028)
De Ceukelaire W, De Vos P (2009) Social movements are key towards universal health coverage. Lancet 374:1888.
De Ceukelaire W, De Vos P (2009) Governments, civil society, and social determinants of health. Lancet 373, 298-299.
De Vos P (2009) Las nuevas oportunidades para América Latina. p 161-175. In: Barten F, Rovere M, Espinoza E (eds). Salud Para Todos. Una Meta Posible. Pueblos Movilizados y Gobiernos Comprometidos en un Nuevo Contexto Global. Buenos Aires, IIED – América Latina Publicaciones 2009. [http://www.iied-al.org.ar/Libro%20Salud%20para%20todos.pdf]. [ISBN: 978-987-22370-5-9]
Soors W, De Vos P, Criel B (2009) Sociale Zekerheid is geen 'vraatzuchtig monstertje'. De Standaard, 14 augustus.
De Vos P, De Ceukelaire W, Bonet M, Van der Stuyft P. Commentary: Cuba's health system: challenges ahead. Health Policy and Planning 2008;23:288-290.
De Vos P et al. Uses of first line emergency services in Cuba. Health Policy 2008; 85(1):94-104.
De Vos P, De Ceukelaire W, Bonet M, Van der Stuyft P. Cuba’s international cooperation in health: an overview. International Journal of Health Services 2007; 37(4):761-776.
Van der Stuyft P, De Vos P. The USA and “Cuban doctors working abroad”. Lancet 2007; 369:2160 (30th June).
De Vos P, Barroso I, Rodriguez A, Bonet M, Van der Stuyft P. The functioning of the Cuban home hospitalization programme: a descriptive analysis. BMC Health Services Research 2007, 7:76.
Barroso Utra IM, García Fariñas A, Rodríguez Salvá A, De Vos P, Bonet Gorbea M, Van Der Stuyft P. El ingreso en el hogar y su costo directo en Cuba. Rev Panam Salud Publica. 2007; 21(2/3):85-95.
De Vos P. Cuba's delayed transition needs (Letter). Lancet 2006; 368:1324 (14th October).
De Vos P, De Ceukelaire W and Van der Stuyft P. Colombia and Cuba: contrasting models in Latin-American health sector reform. Trop Med Int Health 2006; 11(10): 1604-1612.
De Vos P and Van der Stuyft P. Cuba's international cooperative efforts in health (Letter). BMJ 2006;333:603 (16 September).
De Vos, P. Cuba's international cooperation efforts in health. (e-mail letter) BMJ 2006; 333. 2nd of September. (bmj.bmjjournals.com/cgi/eletters/333/7566/464)
De Vos, P. Health Report on Cuba. "No One Left Abandoned": Cuba's National Health System Since the 1959 Revolution. International Journal of Health Servicies 2005; 35(1): 189-207.
De Vos, P., Murlá, P., Rodriguez, A., Bonet, M., Más, P., Van der Stuyft, P. Shifting the demand for emergency care in Cuba's health system. Social Science & Medicine 2005; (60)3: 609-616.
De Vos, P., Bonet, M., Van der Stuyft, P. Health and human rights in Cuba (LETTER). Lancet 2004; 364: 2177-2178.
De Vos, P., Dewitte, H., and Van der Stuyft, P. Unhealthy European Health Policy. International Journal of Health Services 2004; 34(2): 255–269.
De Vos, P. De Belder, B. Vandepitte, M., et al. Globalisering en gezondheid. Een alternatief voor commercialisering en privatisering. Etudes marxistes 58. EPO/MS, Antwerpen, 2002. 168p.
De Vos, P. De Belder, B. Vandepitte, M., et al. Globalisation et santé. Une alternative à la commercialisation et à la privatisation. Etudes marxistes 58. EPO/MS, Antwerpen, 2002. 168p.
De Vos P. Crise économique et soins de santé à Cuba. Lett RIAC 2000; juin: 24-26.
De Vos P. Economic crisis and health care in Cuba. INFI Newsl 2000; June: 24-26.
Van der Stuyft P & De Vos P. Nicaragua's debt burden: a permanent hurricane (LETTER). Lancet 1996; 352, 2024.
Van der Stuyft P, De Vos P & Hilderbrand K. USA ans shortage of food and medicine in Cuba(LETTER). Lancet 1997; 349, 363.
Criel B, De Vos P, Van Lerberghe W & Van der Stuyft P. Community financing or cost recovery: empowerment or social dumping?(EDITORIAL). Tropical Medicine and International Health 1997; 1, 281-282.
Porignon D, De Vos P, Hennart P Problématique du secteur santé au Zaïre. 1994. ULB Brussel en ITG Antwerpen.
De Vos P. The role of the general practitioner at the first line health services in Rivas, Nicaragua. Thesis Masters’ of Public Health 1992; ITM Antwerp.
Castillo L, Wesseling C, Aguilar H, Castillo C, De Vos P. Uso e impacto de los plaguicidas en tres países centroamericanos. Estudios Sociales Centroamericanos (Costa Rica) 1989; 49, 119-139.
Publicaties in Cubaanse medische tijdschriften
Álvares Pérez AG, Alegret Rodríguez M, Gonzálvez IPL, Leyva León Á, Rodríguez Salvá A, Bonet Gorbea M, et al. Diferenciales de salud y una aproximación mediante el empleo dell coeficiente de Gini y el índice de concentración en las provincias cubanas, 2002-2008. Rev Cubana Hig Epidemiol 2011;49(2):202-17.
Ferrer Ferrer L, Bonet Gorbea M, Alfonso Sagué K, Guerra Chang M, García Fariñas A, De Vos P. Evaluación del proceso de intervenciones comunitarias para la prevención y control de los factores de riesgo y enfermedades no transmisibles (2003-2005). Rev Cubana Hig Epidemiol 2011;49(1):33-46.
Jova-Morel R, Rodríguez-Salvá A, Piñera AD, Acosta SB, Lorenzo IS, De Vos P, et al. Modelos de atención a pacientes con enfermedades crónicas no transmisibles en Cuba y el mundo. MEDISAN 2011;15(11):1609-20.
Sosa I, Rodriguez A, Abreu I, Guerra M, Lefèvre P, De Vos P (2011)Percepción sobre el análisis de situación de salud en un Consejo Popular de Centro Habana. Rev Cubana Hig Epidemiol 49(3): 183-190.
Rodriguez A, Alvarez A, Sosa I, De Vos P, Bonet M, Van der Stuyft P (2010) Rev. Cubana Hig. Epidemiol. 48(2): 177-196.
Alvarez A, Fariñas A, Rodriguez A, Bonet M, De Vos P, Van der Stuyft P (2009) Los estudios organizacionales en el abordaje de los determinantes de salud. Rev. Cubana Hig. Epidemiología 47(1).
Álvarez-Pérez AG, García-Fariñas A, Rodríguez-Salvá A, Bonet-Gorbea M, De Vos P, Van der Stuyft P (2009) Algunas evidencias cualitativas acerca de la determinación de la salud en Cuba (1989 a 2000). [Electronic only] Revista Cubana de Higiene y Epidemiología. 47(1). [http://bvs.sld.cu/revistas/hie/vol47_1_09/hie02109.htm]
Álvarez-Pérez AG, García-Fariñas A, Rodríguez-Salvá A, Bonet-Gorbea M, De Vos P, Van der Stuyft P (2009) Los estudios organizacionales en el abordaje de los determinantes de la salud [Electronic only] Revista Cubana de Higiene y Epidemiología.47(1). [http://bvs.sld.cu/revistas/hie/vol47_1_09/hie06109.htm]
Van der Stuyft P, De Vos P (2008) La relación entre los niveles de atención constituye un determinante clave de la salud [electronic only]. Rev Cubana Salud Pública 34 (4) , 1-9 [http://bvs.sld.cu/revistas/spu/vol34_4_08/spu14408.htm]
García-Fariñas A, Rodríguez-Salvá A, Marine-Alonso M, De Vos P, Van der Stuyft P (2008) Gastos asumidos por la familia durante el ingreso en el hogar [electronic only]. Rev Cubana Salud Pública 34 [http://scieloprueba.sld.cu/scielo.php?script=sci_arttext&pid=S0864-34662008000200007&lng=es&nrm=iso].
Alvarez Pérez AG, García Fariñas A, Rodriguez Salvá A, Bonet Gorbea M, De Vos P, Van der Stuyft P (2008) La regionalización de los servicios de salud como una estrategía de reorganización sanitaria [electronic only]. Revista Cubana de Higiene y Epidemiología 46, 1-12 [http://bvs.sld.cu/revistas/hie/vol46_1_08/hie07108.htm].
García Fariñas A, Barroso Utra IM, Rodriguez Salvá A, De Vos P, Van der Stuyft P, Bonet Gorbea M (2008) Costos directos del ingreso en el hogar en Cuba [electronic only]. Revista Cubana de Salud Pública 34, 1-8 [http://scielo.sld.cu/scielo.php?script=sci_arttext&pid=S0864-34662008000100014&lng=es&nrm=iso].
García Fariñas A, Rodriguez Salvá A, De Vos P, Van der Stuyft P (2008) Ingreso en el hogar: empleo de medicamentos y sus efectos económicos [electronic only]. Revista Cubana de Farmacia 34, 1-8 [http://bvs.sld.cu/revistas/far/vol42_1_08/far09108.htm].
García Fariñas A, Rodriguez Salvá A, De Vos P, Jova Morel R, Bonet Gorbea M, García Roche R, Van der Stuyft P (2006) Costos del subsistema de urgencias en la atención primaria de salud en Cuba, 1999-2000 [electronic only]. Revista Cubana de Salud Pública 32, 1-6 [http://bvs.sld.cu/revistas/spu/vol32_1_06/spusu106.htm].
Rodriguez Salvá A, Díaz Socarrás AJ, Ibarra Sala AM, De Vos P, Mariné Alonso M, Van der Stuyft P, Bonet Gorbea M (2006) El trabajo en equipo en consultorios médicos compartidos: opción a desarrollar en la atención primaria [electronic only]. Revista Cubana de Higiene y Epidemiología 44 [http://scielo.sld.cu/scielo.php?script=sci_arttext&pid=S1561-30032006000100005&lng=es&nrm=iso&tlng=es
Ferrer Ferrer L, Bonet Gorbea M, Alfonso Sagué K, Guerra Chang M, García Fariñas A, De Vos P. Evaluación del proceso de intervenciones comunitarias para la prevención y control de los factores de riesgo y enfermedades no transmisibles (2003-2005). Rev Cubana Hig Epidemiol 2011;49(1):33-46.
Jova-Morel R, Rodríguez-Salvá A, Piñera AD, Acosta SB, Lorenzo IS, De Vos P, et al. Modelos de atención a pacientes con enfermedades crónicas no transmisibles en Cuba y el mundo. MEDISAN 2011;15(11):1609-20.
Sosa I, Rodriguez A, Abreu I, Guerra M, Lefèvre P, De Vos P (2011)Percepción sobre el análisis de situación de salud en un Consejo Popular de Centro Habana. Rev Cubana Hig Epidemiol 49(3): 183-190.
Rodriguez A, Alvarez A, Sosa I, De Vos P, Bonet M, Van der Stuyft P (2010) Rev. Cubana Hig. Epidemiol. 48(2): 177-196.
Alvarez A, Fariñas A, Rodriguez A, Bonet M, De Vos P, Van der Stuyft P (2009) Los estudios organizacionales en el abordaje de los determinantes de salud. Rev. Cubana Hig. Epidemiología 47(1).
Álvarez-Pérez AG, García-Fariñas A, Rodríguez-Salvá A, Bonet-Gorbea M, De Vos P, Van der Stuyft P (2009) Algunas evidencias cualitativas acerca de la determinación de la salud en Cuba (1989 a 2000). [Electronic only] Revista Cubana de Higiene y Epidemiología. 47(1). [http://bvs.sld.cu/revistas/hie/vol47_1_09/hie02109.htm]
Álvarez-Pérez AG, García-Fariñas A, Rodríguez-Salvá A, Bonet-Gorbea M, De Vos P, Van der Stuyft P (2009) Los estudios organizacionales en el abordaje de los determinantes de la salud [Electronic only] Revista Cubana de Higiene y Epidemiología.47(1). [http://bvs.sld.cu/revistas/hie/vol47_1_09/hie06109.htm]
Van der Stuyft P, De Vos P (2008) La relación entre los niveles de atención constituye un determinante clave de la salud [electronic only]. Rev Cubana Salud Pública 34 (4) , 1-9 [http://bvs.sld.cu/revistas/spu/vol34_4_08/spu14408.htm]
García-Fariñas A, Rodríguez-Salvá A, Marine-Alonso M, De Vos P, Van der Stuyft P (2008) Gastos asumidos por la familia durante el ingreso en el hogar [electronic only]. Rev Cubana Salud Pública 34 [http://scieloprueba.sld.cu/scielo.php?script=sci_arttext&pid=S0864-34662008000200007&lng=es&nrm=iso].
Alvarez Pérez AG, García Fariñas A, Rodriguez Salvá A, Bonet Gorbea M, De Vos P, Van der Stuyft P (2008) La regionalización de los servicios de salud como una estrategía de reorganización sanitaria [electronic only]. Revista Cubana de Higiene y Epidemiología 46, 1-12 [http://bvs.sld.cu/revistas/hie/vol46_1_08/hie07108.htm].
García Fariñas A, Barroso Utra IM, Rodriguez Salvá A, De Vos P, Van der Stuyft P, Bonet Gorbea M (2008) Costos directos del ingreso en el hogar en Cuba [electronic only]. Revista Cubana de Salud Pública 34, 1-8 [http://scielo.sld.cu/scielo.php?script=sci_arttext&pid=S0864-34662008000100014&lng=es&nrm=iso].
García Fariñas A, Rodriguez Salvá A, De Vos P, Van der Stuyft P (2008) Ingreso en el hogar: empleo de medicamentos y sus efectos económicos [electronic only]. Revista Cubana de Farmacia 34, 1-8 [http://bvs.sld.cu/revistas/far/vol42_1_08/far09108.htm].
García Fariñas A, Rodriguez Salvá A, De Vos P, Jova Morel R, Bonet Gorbea M, García Roche R, Van der Stuyft P (2006) Costos del subsistema de urgencias en la atención primaria de salud en Cuba, 1999-2000 [electronic only]. Revista Cubana de Salud Pública 32, 1-6 [http://bvs.sld.cu/revistas/spu/vol32_1_06/spusu106.htm].
Rodriguez Salvá A, Díaz Socarrás AJ, Ibarra Sala AM, De Vos P, Mariné Alonso M, Van der Stuyft P, Bonet Gorbea M (2006) El trabajo en equipo en consultorios médicos compartidos: opción a desarrollar en la atención primaria [electronic only]. Revista Cubana de Higiene y Epidemiología 44 [http://scielo.sld.cu/scielo.php?script=sci_arttext&pid=S1561-30032006000100005&lng=es&nrm=iso&tlng=es
Publicatielijst - Europa - Internationaal - Vrede
De Vos P, Houben H. Is demondialisering het nieuwe grote linkse alternatief? Marxistische Studies 99, IMAST, Brussel, 2012.
Cottenier J, De Vos P. Welke strategie tegenover “de stille staatsgreep van BusinessEurope”? Marxistische Studies 98, IMAST, Brussel, 2012.
De Vos P. De Verenigde Socialistische Partij van Venezuela - PSUV. Marxistische Studies 88. IMAST, Brussel, 2009.
De Vos P. Le Parti Socialiste Unifié du Venezuela PSUV. Etudes Marxistes 88. IMAST, Bruxelles, 2009.
De Vos P. Venezuela en het socialisme van de 21e eeuw. Marxistische Studies 87. IMAST, Brussel, 2009, p 81-94.
De Vos P (2009) Le Venezuela et le socialisme du 21ième siècle. Etudes Marxistes 87. IMAST, Bruxelles, 2009.
De Vos, P. Venezuela : Anti-imperialisme en socialisme. Marxistische Studies 77. IMAST, Brussel, 2007. p.11-76.
De Vos, P. Venezuela : Anti-impérialisme et socialisme. Etudes Marxistes 77. INEM, Bruxelles, 2007. p.11-79.
De Vos, P. Les ONG, missionnaires de la nouvelle colonisation. Dans : Frédéric Delorca ed. Atlas alternatif. Le monde à l’heure de la globalisation impériale. Le Temps des Cerises, 2006. p.57-62.
De Vos, P. Multinationales et mouvment tiers-mondiste: partenaires ou adversaires? Un point de vue radical. Dans: Gotovich,J. & Morelli, A.(Eds) Les solidarités internationales. Histoire et perspectives; p.213-224. Collection La Noria. Editions Labor, Bruxelles, 2003.
Franssen, P., and De Vos, P. 11 September. Waarom de kapers vrij spel kregen. EPO, Antwerpen, 2002. 184p.
Franssen, P., and De Vos, P.Le 11 septembre. Pourquoi ils ont laissé faire les pirates de l'air. EPO, Anvers, 2002. 184p.
De Vos, P. De Belder, B. Vandepitte, M., et al. Globalisation et santé. Une alternative à la commercialisation et à la privatisation. Marxistische Studies 58. EPO/MS, Antwerpen, 2002. 168p.
De Vos, P. De Belder, B. Vandepitte, M., et al. Globalisering en gezondheid. Een alternatief voor commercialisering en privatisering. Etudes marxistes 58. EPO/MS, Antwerpen, 2002. 168p.
De Vos, P., Van Duppen, D., Vandepitte, M., and Merckx, F. NGO's. Missionarissen van de nieuwe kolonisatie. EPO, Antwerpen, 1994.
Cottenier J, De Vos P. Welke strategie tegenover “de stille staatsgreep van BusinessEurope”? Marxistische Studies 98, IMAST, Brussel, 2012.
De Vos P. De Verenigde Socialistische Partij van Venezuela - PSUV. Marxistische Studies 88. IMAST, Brussel, 2009.
De Vos P. Le Parti Socialiste Unifié du Venezuela PSUV. Etudes Marxistes 88. IMAST, Bruxelles, 2009.
De Vos P. Venezuela en het socialisme van de 21e eeuw. Marxistische Studies 87. IMAST, Brussel, 2009, p 81-94.
De Vos P (2009) Le Venezuela et le socialisme du 21ième siècle. Etudes Marxistes 87. IMAST, Bruxelles, 2009.
De Vos, P. Venezuela : Anti-imperialisme en socialisme. Marxistische Studies 77. IMAST, Brussel, 2007. p.11-76.
De Vos, P. Venezuela : Anti-impérialisme et socialisme. Etudes Marxistes 77. INEM, Bruxelles, 2007. p.11-79.
De Vos, P. Les ONG, missionnaires de la nouvelle colonisation. Dans : Frédéric Delorca ed. Atlas alternatif. Le monde à l’heure de la globalisation impériale. Le Temps des Cerises, 2006. p.57-62.
De Vos, P. Multinationales et mouvment tiers-mondiste: partenaires ou adversaires? Un point de vue radical. Dans: Gotovich,J. & Morelli, A.(Eds) Les solidarités internationales. Histoire et perspectives; p.213-224. Collection La Noria. Editions Labor, Bruxelles, 2003.
Franssen, P., and De Vos, P. 11 September. Waarom de kapers vrij spel kregen. EPO, Antwerpen, 2002. 184p.
Franssen, P., and De Vos, P.Le 11 septembre. Pourquoi ils ont laissé faire les pirates de l'air. EPO, Anvers, 2002. 184p.
De Vos, P. De Belder, B. Vandepitte, M., et al. Globalisation et santé. Une alternative à la commercialisation et à la privatisation. Marxistische Studies 58. EPO/MS, Antwerpen, 2002. 168p.
De Vos, P. De Belder, B. Vandepitte, M., et al. Globalisering en gezondheid. Een alternatief voor commercialisering en privatisering. Etudes marxistes 58. EPO/MS, Antwerpen, 2002. 168p.
De Vos, P., Van Duppen, D., Vandepitte, M., and Merckx, F. NGO's. Missionarissen van de nieuwe kolonisatie. EPO, Antwerpen, 1994.
Showing posts with label Afghanistan. Show all posts
Showing posts with label Afghanistan. Show all posts
Wednesday, 19 March 2008
Week tegen Irak-oorlog kent wereldwijd een goede start
De vijfde verjaardag van het begin van de oorlog in Irak werd herdacht met betogingen in de VS, Canada, Groot-Brittannië en België.
In de vredesmars van Leuven naar Brussel kwamen uiteindelijk 600 marcheerders in het
De belangrijkste betoging vond plaats in Londen waar 40.000 betogers de terugtrekking van de Britse troepen uit Irak en Afghanistan eisten èn het openen van de grenzen van Gaza in Palestina.
Zondag beloofde de Britse eerste minister Brown een uitvoerig onderzoek naar de “fouten die gebeurden voor en na het begin van de oorlog in Irak”. Maar “het is nu nog niet het ogenblik voor dergelijk onderzoek want de situatie in Irak is te fragiel.”
Een woordvoerder van de “Stop the War Coalition” antwoordde hem: “Brown mag dan al zeggen dat hij een andere houding aanneemt tegenover de oorlogen van Bush, ondertussen stuurt hij toch maar meer troepen naar Afghanistan. Deze verborgen oorlog is snel een catastrofe aan het worden naar het beeld van Irak.”
Ook in verschillende plaatsen in Canada en in Los Angeles kwamen duizenden mensen op straat. In Washington werd een vierdaagse georganiseerd door de organisatie van oorlogsveteranen onder de titel “winter soldier”. Alle vredesorganisaties steunen dit initiatief waarbij vier dagen lang veteranen getuigen over wat ze meemaakten. De belangrijkste betogingen in de VS worden verwacht op woensdag 19 maart, dat is de precieze datum van de start van de oorlog.
Mars van Leuven naar Brussel
De 5de vredesmars van Leuven naar Brussel, kende dit jaar een speciale editie. Een goede 290 mensen begonnen in Leuven aan de 27 km lange vredesmars. Het ministerie van defensie was vertegenwoordigd door een bakfiets die voor de gelegenheid tot ‘Cremkar’ was omgebouwd.
In Tervuren werden de stappers vergast op het koor Contrarie en het Brecht-Eislerkoor die samen een optreden ten beste gaven. Vanaf Tervuren stapten al heel wat meer mensen mee, en tenslotte kwamen zo’n 600 mensen aan in het Jubelpark. Vele honderden stonden hen daar op te wachten.Tijdens de mars was naast het centrale thema van de 5de verjaardag van de oorlog in Irak, ook aandacht voor Palestina, voor de oorlogsdreiging tegen Iran, en voor de beslissing van Defensieminister De Crem om F-16 jachtbommenwerpers naar Afghanistan te sturen. De manifestatie in het vredespark eindigde met de vorming van een menselijk vredesteken.
In de vredesmars van Leuven naar Brussel kwamen uiteindelijk 600 marcheerders in het
De belangrijkste betoging vond plaats in Londen waar 40.000 betogers de terugtrekking van de Britse troepen uit Irak en Afghanistan eisten èn het openen van de grenzen van Gaza in Palestina.
Zondag beloofde de Britse eerste minister Brown een uitvoerig onderzoek naar de “fouten die gebeurden voor en na het begin van de oorlog in Irak”. Maar “het is nu nog niet het ogenblik voor dergelijk onderzoek want de situatie in Irak is te fragiel.”
Een woordvoerder van de “Stop the War Coalition” antwoordde hem: “Brown mag dan al zeggen dat hij een andere houding aanneemt tegenover de oorlogen van Bush, ondertussen stuurt hij toch maar meer troepen naar Afghanistan. Deze verborgen oorlog is snel een catastrofe aan het worden naar het beeld van Irak.”
Ook in verschillende plaatsen in Canada en in Los Angeles kwamen duizenden mensen op straat. In Washington werd een vierdaagse georganiseerd door de organisatie van oorlogsveteranen onder de titel “winter soldier”. Alle vredesorganisaties steunen dit initiatief waarbij vier dagen lang veteranen getuigen over wat ze meemaakten. De belangrijkste betogingen in de VS worden verwacht op woensdag 19 maart, dat is de precieze datum van de start van de oorlog.
Mars van Leuven naar Brussel
De 5de vredesmars van Leuven naar Brussel, kende dit jaar een speciale editie. Een goede 290 mensen begonnen in Leuven aan de 27 km lange vredesmars. Het ministerie van defensie was vertegenwoordigd door een bakfiets die voor de gelegenheid tot ‘Cremkar’ was omgebouwd.
In Tervuren werden de stappers vergast op het koor Contrarie en het Brecht-Eislerkoor die samen een optreden ten beste gaven. Vanaf Tervuren stapten al heel wat meer mensen mee, en tenslotte kwamen zo’n 600 mensen aan in het Jubelpark. Vele honderden stonden hen daar op te wachten.Tijdens de mars was naast het centrale thema van de 5de verjaardag van de oorlog in Irak, ook aandacht voor Palestina, voor de oorlogsdreiging tegen Iran, en voor de beslissing van Defensieminister De Crem om F-16 jachtbommenwerpers naar Afghanistan te sturen. De manifestatie in het vredespark eindigde met de vorming van een menselijk vredesteken.
Saturday, 23 February 2008
Humanitaire interventies · Jean Bricmont: Nawoord
Militarisme is niet humanitair
Het boek van Jean Bricmont draagt een titel die de wenkbrauwen doet fronsen: humanitaire militaire interventie is een contradictio in terminis, zoiets als 'warmhartige wreedheid' of 'verheffende onderwerping'. Het humanitaire harnas rond de militaire interventie heeft ervoor gezorgd dat deze contradictie als een vanzelfsprekendheid het internationale politieke discours is binnengeslopen.
Nu is er weer het drama in Darfoer. Het gewapend geweld in deze Soedanese regio voedt vandaag voor de zoveelste keer het debat over het recht - of zelfs de plicht - op militaire humanitaire interventies. Dit zogenaamde ius ad bellum, het aanhalen van humanitaire redenen om militair ingrijpen te rechtvaardigen, is niet nieuw. Leopold II gaf zelfs de koloniale verovering van Congo een humanitair karakter met zijn uitspraak '(…) de vlag van de beschaving planten op Centraal- Afrikaanse bodem en strijden tegen de slavenhandel... Dat zijn onze humanitaire plichten'.
De gruwelijke oorlog om Biafra (1967 tot 1970) was het startschot voor de moderne versie van de humanitaire interventie. Bernard Kouchner - de huidige minister van Buitenlandse Zaken van Frankrijk - richtte toen 'Artsen zonder Grenzen' op. Hij zou een hevig pleitbezorger worden van de stelling dat de soevereiniteit van naties niet kan gehandhaafd worden bij humanitaire crisissen. Desnoods moest het militaire apparaat ter hulp worden geroepen om mensenlevens te redden, zo klonk het. Het Handvest van de Verenigde Naties staat het gebruik van geweld echter alleen toe in geval van zelfverdediging of na toestemming van de VN-Veiligheidsraad. Het einde van de Koude Oorlog en het wegvallen van één van de twee machtsblokken opende de deur voor een 'Nieuwe Wereldorde' onder Amerikaanse leiding. Het aantal interventies op zogenaamd humanitaire gronden nam drastisch toe: Iraaks Koerdistan, Somalië, Rwanda,...
Algemeen worden de NAVO-bombardementen op Joegoslavië en de daaraan gekoppelde militaire interventie in Kosovo van maart-juni 1999 gezien als het scharnierpunt in de discussie over 'humanitaire' interventies. De Britse eerste minister Tony Blair had het toen over een 'nieuwe morele kruistocht'. Zijn defensieminister George Robertson voegde eraan toe dat het VN-Handvest dat de soevereiniteit van de naties verdedigt, overboord gegooid moest worden. Enkele maanden later werd Robertson secretaris-generaal van de NAVO. Geïnspireerd door de crisis rond Kosovo, kondigde de NAVO een Nieuw Strategisch Concept af, waardoor het trans-Atlantisch bondgenootschap voortaan ook buiten het NAVO-grondgebied kon opereren.
Ook de Europese Unie heeft de jongste jaren veel werk gemaakt van een Europees veiligheids- en defensiebeleid dat in staat moet zijn om een hele reeks interventieopdrachten uit te voeren, van ontwapeningsacties tot vredeshandhaving. In december 2007 werd het Lissabon-verdrag ondertekend, het verdrag dat de Europese grondwet moet vervangen maar grotendeels dezelfde inhoud heeft. Daarin verbinden de lidstaten van de Europese Unie zich tot militarisering, bewapening en wereldwijde militaire interventie (art. 27-3). Daarbij hoort ook een effi ciënte defensie-industrie die zich via het Europees Defensieagentschap verzekerd heeft van een stevig politiek en fi nancieel kader. Het Europese interventieleger moet ver buiten de Unie militair kunnen optreden 'om crisissen te beheersen'. Niet onbelangrijk daarbij is dat de hele militaire EU-politiek zich volgens de ontwerptekst inschrijft in de NAVO-strategie (art.27-7).
Steeds vaker wordt de soevereiniteit van staten als basiselement van het internationaal recht in vraag gesteld. Het recht op militaire interventie is een feit geworden. Vandaag wil de NAVO de discussie verder verschuiven van 'het recht op interventie' naar 'de verantwoordelijkheid om te beschermen'. In het discours ligt de nadruk volledig op de slachtoffers, terwijl de belangen van de interveniërende partij buiten beeld blijven.
Het interventiediscours heeft een hele reeks kwalijke neveneffecten en zorgt voor de militarisering van onze samenleving. Ten eerste worden politieke en veiligheidsproblemen in toenemende mate als militaire problemen gedefinieerd en niet als economische, ecologische of sociale wantoestanden. Ten tweede neemt de verstrengeling tussen een bepaalde politieke wereld, de defensie-industrie en het leger onrustwekkende proporties aan, zoals de aanwezigheid van militairen in de hoogste organen van de Europese Unie en de duidelijke greep van de defensie-industrie op het politieke beslissingsproces. Dit brengt ons ten derde, tot de uitbouw van militaire structuren, groeiende bewapening, stijgende defensie-uitgaven en de drainage van middelen voor wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling naar defensie. Het zogenaamde militair-industrieel complex blijft zich verder ontplooien en krijgt de wereld steeds meer in zijn greep. Ten slotte is er het opzijzetten van de democratische spelregels in het 'belang van onze veiligheid', zoals de antiterrorismewetten, het aan banden leggen of manipuleren van de pers in oorlogstijd, de geringe parlementaire greep op de NAVO of het militaire Europa, het afschermen van de toegang tot informatie, enzovoort.
Bovenal is er de hamvraag die Jean Bricmont in dit boek stelt met een precisie en acribie als weinigen voor hem: wat klopt er van die plotse westerse ethische bevlogenheid, amper enkele decennia na een gruwelijke kolonisatieperiode? We moeten ons geen illusies maken dat het Franse leger, dat amper veertig jaar geleden lelijk huishield in Algerije, nu plots omgetoverd zou zijn in een humaan interventieleger. Idem dito voor wat betreft ons eigen Congo-verleden, dat van Portugal in Angola en Mozambique, of nog recenter de VS in Vietnam en hun medeplichtigheid aan de wanpraktijken van Latijns-Amerikaanse dictaturen.
We zwaaien nogal gemakkelijk met onze zogenaamde 'superieure' waarden van democratie en mensenrechten op het ogenblik dat met de zogenaamde 'oorlog tegen de terreur' martelpraktijken als een normale ondervragingstechniek beschouwd worden. Bij de 'bevrijding' van Irak en Afghanistan sneuvelden vele duizenden burgers onder westerse 'humanitaire' bommen.
Hoe geloofwaardig zijn 'humanitaire' interventies als diezelfde landen op grote schaal wapens exporteren, ook naar conflictregio's en landen waar zware mensenrechtenschendingen plaatsvinden? Hoe humanitair zijn we als we vasthouden aan een catastrofale internationale handelspolitiek die armoede en miserie veroorzaakt voor honderden miljoenen mensen? Als uit studies blijkt dat er een duidelijk verband bestaat tussen schuldenlast en geweld, waarom dan niet meteen alle schulden op grote schaal kwijtschelden? Ons medeleven met de slachtoffers blijkt alvast niet uit de budgetten voor ontwikkelingssamenwerking die in de meeste Europese landen ondermaats zijn in vergelijking met wat in de jaren zestig en zeventig beloofd is.
Er zijn dus heel wat vragen te stellen bij de humanitaire verpakking die rond onze moderne legers gewikkeld wordt. Het valt op dat de discussie over humanitaire interventies en het gebruik van legitiem geweld bij zware mensenrechtenschendingen er komt op het ogenblik dat economische grootmachten (landen en bedrijven) bezig zijn aan een enorme mondialisering van hun activiteiten, gekoppeld aan groeiende energiebehoeften, terwijl internationale financiële instellingen zoals het Internationaal Muntfonds (IMF) inbreken in de staatshuishouding van landen die krediet opnemen. Oorlog en conflict komen niet uit de lucht vallen. Het gaat meestal om een gevolg van sociaal-economisch en ecologisch falen. Wereldvrede heeft dus te maken met het bestaan of het streven naar een rechtvaardige maatschappij in een leefbare wereld, waarin de bevolking op een democratische wijze participeert aan het beleid, ook het economische. Sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling, milieu en veiligheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Werken aan wereldvrede vanuit een doordacht engagement is gebaseerd op een grondige analyse van de feiten. In plaats van te proberen de Amerikaanse of Europese politiek te analyseren vanuit de woorden van Bush of Barroso, kunnen we beter proberen die woorden te analyseren op basis van een grondig begrip van de Amerikaanse en Europese belangen...Werken aan een duurzame vrede is een politiek-maatschappelijke strijd. Ons vredeswerk hangt daarom onvermijdelijk samen met de strijd voor democratie, en voor sociale en economische rechten. Zo kan ons vredeswerk mee een maatschappelijke ordening en een politiek helpen opbouwen die geen basis meer is voor gewapende conflicten, (structureel) geweld en uitbuiting.
We verdedigen een breed veiligheidsconcept dat wereldvrede ziet als een gevolg van sociale rechtvaardigheid, rechtvaardige handel en economische veiligheid, democratische participatie, een ecologisch verantwoorde consumptie- en productiewijze, en een bewapeningsniveau dat herleid wordt naar een zo laag mogelijke invulling, in toepassing van een politiek van defensieve defensie.
Ludo De Brabander - Vrede vzw (www.vrede.be)
Pol De Vos - Stop United States of Aggression (www.stopusa.be)
januari 2008
Het boek van Jean Bricmont draagt een titel die de wenkbrauwen doet fronsen: humanitaire militaire interventie is een contradictio in terminis, zoiets als 'warmhartige wreedheid' of 'verheffende onderwerping'. Het humanitaire harnas rond de militaire interventie heeft ervoor gezorgd dat deze contradictie als een vanzelfsprekendheid het internationale politieke discours is binnengeslopen.
Nu is er weer het drama in Darfoer. Het gewapend geweld in deze Soedanese regio voedt vandaag voor de zoveelste keer het debat over het recht - of zelfs de plicht - op militaire humanitaire interventies. Dit zogenaamde ius ad bellum, het aanhalen van humanitaire redenen om militair ingrijpen te rechtvaardigen, is niet nieuw. Leopold II gaf zelfs de koloniale verovering van Congo een humanitair karakter met zijn uitspraak '(…) de vlag van de beschaving planten op Centraal- Afrikaanse bodem en strijden tegen de slavenhandel... Dat zijn onze humanitaire plichten'.
De gruwelijke oorlog om Biafra (1967 tot 1970) was het startschot voor de moderne versie van de humanitaire interventie. Bernard Kouchner - de huidige minister van Buitenlandse Zaken van Frankrijk - richtte toen 'Artsen zonder Grenzen' op. Hij zou een hevig pleitbezorger worden van de stelling dat de soevereiniteit van naties niet kan gehandhaafd worden bij humanitaire crisissen. Desnoods moest het militaire apparaat ter hulp worden geroepen om mensenlevens te redden, zo klonk het. Het Handvest van de Verenigde Naties staat het gebruik van geweld echter alleen toe in geval van zelfverdediging of na toestemming van de VN-Veiligheidsraad. Het einde van de Koude Oorlog en het wegvallen van één van de twee machtsblokken opende de deur voor een 'Nieuwe Wereldorde' onder Amerikaanse leiding. Het aantal interventies op zogenaamd humanitaire gronden nam drastisch toe: Iraaks Koerdistan, Somalië, Rwanda,...
Algemeen worden de NAVO-bombardementen op Joegoslavië en de daaraan gekoppelde militaire interventie in Kosovo van maart-juni 1999 gezien als het scharnierpunt in de discussie over 'humanitaire' interventies. De Britse eerste minister Tony Blair had het toen over een 'nieuwe morele kruistocht'. Zijn defensieminister George Robertson voegde eraan toe dat het VN-Handvest dat de soevereiniteit van de naties verdedigt, overboord gegooid moest worden. Enkele maanden later werd Robertson secretaris-generaal van de NAVO. Geïnspireerd door de crisis rond Kosovo, kondigde de NAVO een Nieuw Strategisch Concept af, waardoor het trans-Atlantisch bondgenootschap voortaan ook buiten het NAVO-grondgebied kon opereren.
Ook de Europese Unie heeft de jongste jaren veel werk gemaakt van een Europees veiligheids- en defensiebeleid dat in staat moet zijn om een hele reeks interventieopdrachten uit te voeren, van ontwapeningsacties tot vredeshandhaving. In december 2007 werd het Lissabon-verdrag ondertekend, het verdrag dat de Europese grondwet moet vervangen maar grotendeels dezelfde inhoud heeft. Daarin verbinden de lidstaten van de Europese Unie zich tot militarisering, bewapening en wereldwijde militaire interventie (art. 27-3). Daarbij hoort ook een effi ciënte defensie-industrie die zich via het Europees Defensieagentschap verzekerd heeft van een stevig politiek en fi nancieel kader. Het Europese interventieleger moet ver buiten de Unie militair kunnen optreden 'om crisissen te beheersen'. Niet onbelangrijk daarbij is dat de hele militaire EU-politiek zich volgens de ontwerptekst inschrijft in de NAVO-strategie (art.27-7).
Steeds vaker wordt de soevereiniteit van staten als basiselement van het internationaal recht in vraag gesteld. Het recht op militaire interventie is een feit geworden. Vandaag wil de NAVO de discussie verder verschuiven van 'het recht op interventie' naar 'de verantwoordelijkheid om te beschermen'. In het discours ligt de nadruk volledig op de slachtoffers, terwijl de belangen van de interveniërende partij buiten beeld blijven.
Het interventiediscours heeft een hele reeks kwalijke neveneffecten en zorgt voor de militarisering van onze samenleving. Ten eerste worden politieke en veiligheidsproblemen in toenemende mate als militaire problemen gedefinieerd en niet als economische, ecologische of sociale wantoestanden. Ten tweede neemt de verstrengeling tussen een bepaalde politieke wereld, de defensie-industrie en het leger onrustwekkende proporties aan, zoals de aanwezigheid van militairen in de hoogste organen van de Europese Unie en de duidelijke greep van de defensie-industrie op het politieke beslissingsproces. Dit brengt ons ten derde, tot de uitbouw van militaire structuren, groeiende bewapening, stijgende defensie-uitgaven en de drainage van middelen voor wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling naar defensie. Het zogenaamde militair-industrieel complex blijft zich verder ontplooien en krijgt de wereld steeds meer in zijn greep. Ten slotte is er het opzijzetten van de democratische spelregels in het 'belang van onze veiligheid', zoals de antiterrorismewetten, het aan banden leggen of manipuleren van de pers in oorlogstijd, de geringe parlementaire greep op de NAVO of het militaire Europa, het afschermen van de toegang tot informatie, enzovoort.
Bovenal is er de hamvraag die Jean Bricmont in dit boek stelt met een precisie en acribie als weinigen voor hem: wat klopt er van die plotse westerse ethische bevlogenheid, amper enkele decennia na een gruwelijke kolonisatieperiode? We moeten ons geen illusies maken dat het Franse leger, dat amper veertig jaar geleden lelijk huishield in Algerije, nu plots omgetoverd zou zijn in een humaan interventieleger. Idem dito voor wat betreft ons eigen Congo-verleden, dat van Portugal in Angola en Mozambique, of nog recenter de VS in Vietnam en hun medeplichtigheid aan de wanpraktijken van Latijns-Amerikaanse dictaturen.
We zwaaien nogal gemakkelijk met onze zogenaamde 'superieure' waarden van democratie en mensenrechten op het ogenblik dat met de zogenaamde 'oorlog tegen de terreur' martelpraktijken als een normale ondervragingstechniek beschouwd worden. Bij de 'bevrijding' van Irak en Afghanistan sneuvelden vele duizenden burgers onder westerse 'humanitaire' bommen.
Hoe geloofwaardig zijn 'humanitaire' interventies als diezelfde landen op grote schaal wapens exporteren, ook naar conflictregio's en landen waar zware mensenrechtenschendingen plaatsvinden? Hoe humanitair zijn we als we vasthouden aan een catastrofale internationale handelspolitiek die armoede en miserie veroorzaakt voor honderden miljoenen mensen? Als uit studies blijkt dat er een duidelijk verband bestaat tussen schuldenlast en geweld, waarom dan niet meteen alle schulden op grote schaal kwijtschelden? Ons medeleven met de slachtoffers blijkt alvast niet uit de budgetten voor ontwikkelingssamenwerking die in de meeste Europese landen ondermaats zijn in vergelijking met wat in de jaren zestig en zeventig beloofd is.
Er zijn dus heel wat vragen te stellen bij de humanitaire verpakking die rond onze moderne legers gewikkeld wordt. Het valt op dat de discussie over humanitaire interventies en het gebruik van legitiem geweld bij zware mensenrechtenschendingen er komt op het ogenblik dat economische grootmachten (landen en bedrijven) bezig zijn aan een enorme mondialisering van hun activiteiten, gekoppeld aan groeiende energiebehoeften, terwijl internationale financiële instellingen zoals het Internationaal Muntfonds (IMF) inbreken in de staatshuishouding van landen die krediet opnemen. Oorlog en conflict komen niet uit de lucht vallen. Het gaat meestal om een gevolg van sociaal-economisch en ecologisch falen. Wereldvrede heeft dus te maken met het bestaan of het streven naar een rechtvaardige maatschappij in een leefbare wereld, waarin de bevolking op een democratische wijze participeert aan het beleid, ook het economische. Sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling, milieu en veiligheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Werken aan wereldvrede vanuit een doordacht engagement is gebaseerd op een grondige analyse van de feiten. In plaats van te proberen de Amerikaanse of Europese politiek te analyseren vanuit de woorden van Bush of Barroso, kunnen we beter proberen die woorden te analyseren op basis van een grondig begrip van de Amerikaanse en Europese belangen...Werken aan een duurzame vrede is een politiek-maatschappelijke strijd. Ons vredeswerk hangt daarom onvermijdelijk samen met de strijd voor democratie, en voor sociale en economische rechten. Zo kan ons vredeswerk mee een maatschappelijke ordening en een politiek helpen opbouwen die geen basis meer is voor gewapende conflicten, (structureel) geweld en uitbuiting.
We verdedigen een breed veiligheidsconcept dat wereldvrede ziet als een gevolg van sociale rechtvaardigheid, rechtvaardige handel en economische veiligheid, democratische participatie, een ecologisch verantwoorde consumptie- en productiewijze, en een bewapeningsniveau dat herleid wordt naar een zo laag mogelijke invulling, in toepassing van een politiek van defensieve defensie.
Ludo De Brabander - Vrede vzw (www.vrede.be)
Pol De Vos - Stop United States of Aggression (www.stopusa.be)
januari 2008
Tuesday, 12 February 2008
Afghanistan : De mening van een luitenant-generaal
“We hebben geen strategie”
Luitenant-generaal David Barno leidde de bezettingsmacht in Afghanistan van oktober 2003 tot mei 2005. Eind 2007 schreef hij zijn ervaringen neer in het prestigieuze tijdschrift Military Review.1
Zijn studie begint met een citaat van de historische Chinese generaal Sun Tzu: “Een strategie zonder tactiek is de traagste weg naar de overwinning. Een tactiek zonder strategie is het tumult vóór de nederlaag.”
Barno zegt dat de Amerikaanse antioproerstrategie gedurende zijn periode tot “positieve en duidelijke” resultaten heeft geleid. De essentie van zijn strategie draaide rond de Afghaanse bevolking, en niet ‘de vijand’. Hij ging uit van de “enorme vijandigheid tegenover buitenlandse troepen”. Hij verdedigde de “lichte voetafdruk”-benadering, in tegenstelling tot de “sovjetpoging om overal aanwezig te zijn” in Afghanistan.
Barno schreef dat de tolerantie van de Afghanen tegenover de aanwezigheid van buitenlandse troepen “een eindige hoeveelheid kapitaal was dat voorzichtig moest worden besteed”. Daarom probeerde hij zo weinig mogelijk burgerslachtoffers te maken, de gevangenen goed te behandelen en de Afghaanse cultuur en de stamhoofden te respecteren. Maar, stelt Barno, “met de overname van de militaire leiding door de NAVO, is er geen globale strategie meer”, en “de tactiek is teruggevallen tot vroegere praktijken zoals agressieve luchtaanvallen”.
Barno besluit dat het ‘kapitaal aan tolerantie’ sterk is afgebrokkeld. Hij verwijt de NAVO zich toe te spitsen op de 20 % militaire taken van de oorlog en de 80 % niet-militaire aspecten compleet te negeren. De aandacht gaat daardoor naar ‘de vijand’, en niet meer naar de Afghaanse bevolking. Ten slotte wijst hij op het mislukken van president Karzaï en zijn regering door interne belangentegenstellingen en corruptie. Ook de armoede en de bloeiende drugshandel hebben het vertrouwen in Karzaï ondermijnd.
Maar Barno schetst wel een erg fraai beeld van zijn eigen resultaten. De mislukking was al een feit in de periode 2003-2005, toen Barno zelf de leiding had.
“In die periode was een politieke oplossing met alle Afghaanse fracties nog mogelijk”, schrijft Bhadrakuma, Indisch diplomaat voor de regio, in The Asian Times. “Het was een cruciale fase voor het Afghaanse politieke proces. Maar de Amerikaanse politiek was veeleer gericht op de herverkiezing van Bush in 2004 en dus op de ‘war on terror’ als melkkoe voor de Amerikaanse politiek”.2
Een zegen voor... Westerse bedrijven
Hoe dan ook, Barno’s beschrijving van de huidige crisis lijkt vrij correct. Het ontbreken van een duidelijke strategie heeft geleid tot een soort balkanisering van Afghanistan. Daan Everts, de vertegenwoordiger in Kaboel van de secretaris-generaal van de NAVO, gaf dit toe tijdens een interview met al-Jazeera: “Er is een klein Duits Afghanistan in het noorden, een Italiaans Afghanistan in het westen, een Nederlands Afghanistan in Uruzgan, een Canadees Afghanistan in Kandahar, enz... Daarnaast is er een opsplitsing per sector: de Italianen zijn met justitie bezig, de Britten doen aan drugsbestrijding, de Duitsers leiden de politie op en het antiterrorisme is in Amerikaanse handen.” Everts praatte heel open over de problemen en noemde de Afghaanse heropbouw “een zegen voor westerse consultants, van wie er sommige ernstig werken, andere minder ernstig. Sommige zijn zelfs brievenbus-consultants”. Liefst 40 % van de hulp voor Afghanistan wordt onnuttig besteed aan de “hulpindustrie die afzakt naar een arm land en wegloopt met een deel van de buit.”
1 David W. Barno. Fighting ‘The Other War’. Counterinsurgency Strategy in Afghanistan, 2003-2005. Military Review, sept-okt 2007. p 32-44. • 2 M K Bhadrakumar. NATO hears ‘noise before defeat’. Asian Times online, 19 january 2008. (www.atimes.com/atimes/South_Asia/JA19Df06.html)
Afghanistan : Radeloze NAVO wil meer troepen
In het parlement wist minister De Crem zijn beslissing om meer F16’s en soldaten naar Afghanistan te sturen, niet te verdedigen. Ook in de hoogste NAVO-kringen sluipt de twijfel binnen.
Steeds meer NAVO-landen betwijfelen dat de oorlog in Afghanistan wel kan gewonnen worden. Het verzet van de taliban blijkt te groeien. Het aantal gesneuvelde soldaten loopt op. Toen de ministers van Defensie van de NAVO-landen in november 2007 in Noordwijk (Nederland) bijeenwaren, naar aanleiding van de eerste verjaardag van de NAVO-oorlog in Afghanistan, was de crisissfeer al voelbaar.
Geen van de aanwezige ministers bood troepenversterkingen aan, integendeel. De Nederlanders dachten er zelfs aan hun 1.600 soldaten in Uruzgan, in het Zuiden van Afghanistan, terug te trekken. Ook Canada overweegt zijn troepen terug te trekken. Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje zeggen dat ze alleen voor ondersteunende taken eenheden konden sturen, maar zeker geen gevechtstroepen.
Op 16 januari verklaarde Robert Gates in een kranteninterview: “Het baart mij zorgen dat we militaire adviseurs inzetten die niet genoeg getraind zijn en dat sommige van onze troepen niet weten hoe ze antioproeroperaties moeten opzetten... De meeste Europese legers, ook die van de NAVO, zijn niet getraind voor antioproer.”1
Gates besliste om 3.200 Amerikaanse mariniers meer naar Zuid Afghanistan te sturen. Hierdoor komt het totaal aantal Amerikaanse soldaten op 30.000, naast de 40.000 NAVO-soldaten (waarbij er ook 14.000 Amerikanen zijn). De Washington Post beschreef deze VS beslissing als een noodzaak om “een leemte op te vullen die gedeeltelijk voortkomt uit de onbekwaamheid van de NAVO om oproer te onderdrukken, een opdracht waarvoor de bondgenoten zich nooit hebben geëngageerd “.2
De inzet van deze NAVO-oorlog is groot. Eerst en vooral willen de VS de ontsluiting van de Centraal-Aziatische energiebronnen controleren, ten koste van China en Rusland. Bovendien kan het bondgenootschap zich geen mislukking veroorloven, als het zijn rol als gendarm van de wereld wil blijven spelen.
Van 2 tot 4 april komen de staats- en regeringsleiders van de NAVO-lidstaten bijeen in de Roemeense hoofdstad Boekarest. Ze weten al welk thema op hun bord zal liggen: het uittekenen van een nieuwe politiek-militaire strategie voor Afghanistan. Daar zullen de Verenigde Staten de druk op de bondgenoten verder opvoeren. Defensieminister De Crem wou nu al een bank vooruit in de klas. Hij stemde al toe om meer manschappen te sturen en om jachtbommenwerpers in de strijd te gooien. Zal hij in april nog meer soldaten het slagveld injagen?
1 Los Angeles Times, 16 januari 2008. • 2 Washington Post, 16 januari 2008 •
5 jaar bezetting van Irak :: Acties en conferenties
Vrijdag 15 februari om 20 u
Irak, vijf jaar bezetting
Een Iraakse aan het woord
• Yasmin Yawad, Iraakse sociologe • George Spriet, van VREDE • Dokter Colette Moulaert, die bij het begin van de oorlog vijf jaar terug in Bagdad was • Dirk Adriansens, van Brussels Tribunal Internationaal Centrum, M. Lemmonnierlaan 171, 1000 Brussel
http://www.stopusa.be/ - info@Stopusa.be - 0486-25.77.02
Zaterdag 23 februari van 10 tot 17 uur
Interventies: militair én humanitair?
Een initiatief van het Vredesnetwerk
Gemeenschapscentrum De Markten - Oude Graanmarkt 5, 1000 Brussel
http://www.vrede.be/
Zondag 16 maart - Internationale Actiedag
Vijf jaar geweld in Irak: genoeg!
STOP oorlog en bezetting
Vrede in het Midden-Oosten nu
Steeds meer NAVO-landen betwijfelen dat de oorlog in Afghanistan wel kan gewonnen worden. Het verzet van de taliban blijkt te groeien. Het aantal gesneuvelde soldaten loopt op. Toen de ministers van Defensie van de NAVO-landen in november 2007 in Noordwijk (Nederland) bijeenwaren, naar aanleiding van de eerste verjaardag van de NAVO-oorlog in Afghanistan, was de crisissfeer al voelbaar.
Geen van de aanwezige ministers bood troepenversterkingen aan, integendeel. De Nederlanders dachten er zelfs aan hun 1.600 soldaten in Uruzgan, in het Zuiden van Afghanistan, terug te trekken. Ook Canada overweegt zijn troepen terug te trekken. Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje zeggen dat ze alleen voor ondersteunende taken eenheden konden sturen, maar zeker geen gevechtstroepen.
Op 16 januari verklaarde Robert Gates in een kranteninterview: “Het baart mij zorgen dat we militaire adviseurs inzetten die niet genoeg getraind zijn en dat sommige van onze troepen niet weten hoe ze antioproeroperaties moeten opzetten... De meeste Europese legers, ook die van de NAVO, zijn niet getraind voor antioproer.”1
Gates besliste om 3.200 Amerikaanse mariniers meer naar Zuid Afghanistan te sturen. Hierdoor komt het totaal aantal Amerikaanse soldaten op 30.000, naast de 40.000 NAVO-soldaten (waarbij er ook 14.000 Amerikanen zijn). De Washington Post beschreef deze VS beslissing als een noodzaak om “een leemte op te vullen die gedeeltelijk voortkomt uit de onbekwaamheid van de NAVO om oproer te onderdrukken, een opdracht waarvoor de bondgenoten zich nooit hebben geëngageerd “.2
De inzet van deze NAVO-oorlog is groot. Eerst en vooral willen de VS de ontsluiting van de Centraal-Aziatische energiebronnen controleren, ten koste van China en Rusland. Bovendien kan het bondgenootschap zich geen mislukking veroorloven, als het zijn rol als gendarm van de wereld wil blijven spelen.
Van 2 tot 4 april komen de staats- en regeringsleiders van de NAVO-lidstaten bijeen in de Roemeense hoofdstad Boekarest. Ze weten al welk thema op hun bord zal liggen: het uittekenen van een nieuwe politiek-militaire strategie voor Afghanistan. Daar zullen de Verenigde Staten de druk op de bondgenoten verder opvoeren. Defensieminister De Crem wou nu al een bank vooruit in de klas. Hij stemde al toe om meer manschappen te sturen en om jachtbommenwerpers in de strijd te gooien. Zal hij in april nog meer soldaten het slagveld injagen?
1 Los Angeles Times, 16 januari 2008. • 2 Washington Post, 16 januari 2008 •
5 jaar bezetting van Irak :: Acties en conferenties
Vrijdag 15 februari om 20 u
Irak, vijf jaar bezetting
Een Iraakse aan het woord
• Yasmin Yawad, Iraakse sociologe • George Spriet, van VREDE • Dokter Colette Moulaert, die bij het begin van de oorlog vijf jaar terug in Bagdad was • Dirk Adriansens, van Brussels Tribunal Internationaal Centrum, M. Lemmonnierlaan 171, 1000 Brussel
http://www.stopusa.be/ - info@Stopusa.be - 0486-25.77.02
Zaterdag 23 februari van 10 tot 17 uur
Interventies: militair én humanitair?
Een initiatief van het Vredesnetwerk
Gemeenschapscentrum De Markten - Oude Graanmarkt 5, 1000 Brussel
http://www.vrede.be/
Zondag 16 maart - Internationale Actiedag
Vijf jaar geweld in Irak: genoeg!
STOP oorlog en bezetting
Vrede in het Midden-Oosten nu
Thursday, 7 February 2008
De Crem sleurt ons land mee de oorlog in: Belgische F-16’s naar Afghanistan
Minister van Defensie De Crem wil de Belgische militaire aanwezigheid in Afghanistan versterken. En hij wil dat ‘onze jongens’ effectief deelnemen aan gevechtsoperaties.
Momenteel zijn er al 368 Belgische soldaten actief in Afghanistan, vooral in de beveiliging van de luchthaven van Kaboel. Een al bij al rustige job. Maar onder druk van de Verenigde Staten en andere NAVO-landen heeft De Crem nu beslist om Belgische F16-vliegtuigen te sturen naar de oorlogszones van de Afghaanse provincie Uruzgan. Daar moeten ze luchtsteun verlenen aan de 1.665 Nederlandse gevechtssoldaten.
Die zijn daar zogenaamd om te helpen bij de wederopbouw. In feite zijn ze voortdurend betrokken bij zware gevechten tegen de taliban en andere opstandelingen. Op 12 januari kwamen nog een 20-jarige soldaat en een 22-jarige korporaal, tijdens een urenlang vuurgevecht, om in Deh Rawod. De teller staat nu op 14 Nederlandse doden1 op een totaal van 710 buitenlandse en 8.600 Afghaanse soldaten. Het aantal burgerdoden ligt rond de 3.500. Vorige zondag kwamen bij een NAVO-bombardement nog een tiental burgers om.
De Nederlandse vredesbeweging noemt de ‘missie Uruzgan’ compleet onverantwoord. Een mission impossible die niet te verantwoorden is tegenover de Nederlandse militairen of tegenover de Afghaanse bevolking. Maar de regering negeert stelselmatig alle rapporten die wijzen op het falen van de ISAF-missie en de groeiende onveiligheid in Afghanistan.Ook de Belgische vredesbeweging verzet zich al jaren tegen deelname aan de bezetting van Afghanistan. Als we de drie grote militaire interventies van de afgelopen jaren bekijken, Joegoslavië-Kosovo, Afghanistan en Irak, blijkt de argwaan tegen dat soort van gewelddadige ‘oplossingen’ meer dan gerechtvaardigd. Zonder politieke oplossing op het terrein dreigt een militaire interventie het leed alleen maar te vergroten.
De Crem spant België voor Amerikaanse kar
De VS manoeuvreren en complotteren al twintig jaar in Afghanistan. Eerst bewapenden ze de fundamentalistische milities tegen de Sovjet-Unie. Daarna steunden ze de taliban, ondanks groot protest van mensenrechtenorganisaties. De belangen van Unocal speelden daarin een centrale rol. De oliemultinational nodigde de taliban zelfs uit voor een luxueus verblijf in Texas.
Toen de taliban er maar niet in slaagden het versplinterde land te stabiliseren, veranderden de VS het geweer van schouder. De aanslagen van 11 september waren de gedroomde gelegenheid om een oorlog te beginnen die al lang voorheen beslist was.
De VS willen Afghanistan ook graag gebruiken als basis voor mogelijke acties tegen de buurlanden Rusland, Iran en China. Dankzij de oorlog tegen Irak hebben de VS militaire basissen in de Perzische Golf kunnen installeren. Dankzij de oorlog tegen Joegoslavië hebben ze zich binnengewerkt in Bosnië, Kosovo en Macedonië. Nu hopen ze ook in Georgië, Azerbeidzjan, Turkmenistan en Oezbekistan militair voet aan de grond te krijgen.
Maar de VS en de NAVO krijgen het steeds moeilijker om die strategie vol te houden. Bij gebrek aan een alternatief is er maar een uitweg: meer van hetzelfde.
1 De Standaard, 13 januari 2008
Info
Op 23 februari vindt in De Markten te Brussel de vierde vredesconferentie plaats rond het onderwerp: ‘Interventies: militair én humanitair? Met voorstelling van het boek van professor Jean Bricmont, Humanitaire interventies. Mensenrechten als excuus voor oorlog.
Momenteel zijn er al 368 Belgische soldaten actief in Afghanistan, vooral in de beveiliging van de luchthaven van Kaboel. Een al bij al rustige job. Maar onder druk van de Verenigde Staten en andere NAVO-landen heeft De Crem nu beslist om Belgische F16-vliegtuigen te sturen naar de oorlogszones van de Afghaanse provincie Uruzgan. Daar moeten ze luchtsteun verlenen aan de 1.665 Nederlandse gevechtssoldaten.
Die zijn daar zogenaamd om te helpen bij de wederopbouw. In feite zijn ze voortdurend betrokken bij zware gevechten tegen de taliban en andere opstandelingen. Op 12 januari kwamen nog een 20-jarige soldaat en een 22-jarige korporaal, tijdens een urenlang vuurgevecht, om in Deh Rawod. De teller staat nu op 14 Nederlandse doden1 op een totaal van 710 buitenlandse en 8.600 Afghaanse soldaten. Het aantal burgerdoden ligt rond de 3.500. Vorige zondag kwamen bij een NAVO-bombardement nog een tiental burgers om.
De Nederlandse vredesbeweging noemt de ‘missie Uruzgan’ compleet onverantwoord. Een mission impossible die niet te verantwoorden is tegenover de Nederlandse militairen of tegenover de Afghaanse bevolking. Maar de regering negeert stelselmatig alle rapporten die wijzen op het falen van de ISAF-missie en de groeiende onveiligheid in Afghanistan.Ook de Belgische vredesbeweging verzet zich al jaren tegen deelname aan de bezetting van Afghanistan. Als we de drie grote militaire interventies van de afgelopen jaren bekijken, Joegoslavië-Kosovo, Afghanistan en Irak, blijkt de argwaan tegen dat soort van gewelddadige ‘oplossingen’ meer dan gerechtvaardigd. Zonder politieke oplossing op het terrein dreigt een militaire interventie het leed alleen maar te vergroten.
De Crem spant België voor Amerikaanse kar
De VS manoeuvreren en complotteren al twintig jaar in Afghanistan. Eerst bewapenden ze de fundamentalistische milities tegen de Sovjet-Unie. Daarna steunden ze de taliban, ondanks groot protest van mensenrechtenorganisaties. De belangen van Unocal speelden daarin een centrale rol. De oliemultinational nodigde de taliban zelfs uit voor een luxueus verblijf in Texas.
Toen de taliban er maar niet in slaagden het versplinterde land te stabiliseren, veranderden de VS het geweer van schouder. De aanslagen van 11 september waren de gedroomde gelegenheid om een oorlog te beginnen die al lang voorheen beslist was.
De VS willen Afghanistan ook graag gebruiken als basis voor mogelijke acties tegen de buurlanden Rusland, Iran en China. Dankzij de oorlog tegen Irak hebben de VS militaire basissen in de Perzische Golf kunnen installeren. Dankzij de oorlog tegen Joegoslavië hebben ze zich binnengewerkt in Bosnië, Kosovo en Macedonië. Nu hopen ze ook in Georgië, Azerbeidzjan, Turkmenistan en Oezbekistan militair voet aan de grond te krijgen.
Maar de VS en de NAVO krijgen het steeds moeilijker om die strategie vol te houden. Bij gebrek aan een alternatief is er maar een uitweg: meer van hetzelfde.
1 De Standaard, 13 januari 2008
Info
Op 23 februari vindt in De Markten te Brussel de vierde vredesconferentie plaats rond het onderwerp: ‘Interventies: militair én humanitair? Met voorstelling van het boek van professor Jean Bricmont, Humanitaire interventies. Mensenrechten als excuus voor oorlog.
Tuesday, 5 February 2008
Interventie in Afghanistan: militair én humanitair?
Opiniestuk in De Morgen van dinsdag 5 februari 2008
De Belgische regering heeft beslist haar militaire aanwezigheid in Afghanistan te vergroten en wil voortaan ook rechtstreeks deelnemen aan gevechtsoperaties. F-16 vliegtuigen moeten luchtsteun verlenen aan de Nederlandse NAVO-troepen die opereren in oorlogszones.
Toen goed zeven jaar geleden de oorlog losbarste stuitte dat op verzet van de vredesbeweging, en dat om verschillende redenen. Met deze vergeldingsoorlog wilde de NAVO terreur beantwoorden met tegenterreur, want hoe noem je anders de grootschalige bombardementen waarvan ook de burgerbevolking het slachtoffer werd? We waarschuwden voor geweldsescalatie en stelden dat terrorisme niet met een oorlogsverklaring bestreden moest worden, maar door het wegnemen van de voedingsbodem ervan.
Verder probeerden we duidelijk te maken dat deze oorlog perfect paste binnen de geostrategische doelstellingen van Washington en bij uitbreiding de NAVO om de ontsluiting van de Centraal-Aziatische energiebronnen te controleren, ten koste van China en Rusland. Tenslotte waarschuwden we voor de effecten op vlak van bewapening en algemene militarisering. Terrorisme en schurkenstaten werden het ultieme argument om werk te maken van een vernieuw militair-industrieel complex. Daar is inmiddels ook bijgekomen dat de ambitie van de NAVO als mondiale ordehandhaver staat of valt met het slagen in Afghanistan. Dat verklaart het hardnekkig vasthouden aan dit niet te winnen conflict.
Het resultaat is inmiddels bekend. Op korte termijn stegen wereldwijd de militaire uitgaven en werd versneld werk gemaakt van een interventiecapaciteit, zowel binnen de NAVO als de EU. De defensie-industrie mocht zich verlekkeren op winstgevende contracten en zou intensief betrokken worden bij de werkgroep die het veiligheids- en defensieluik verzorgde van de Europese grondwet. Het ondertussen opgerichte Europese Defensie Agentschap verzekert nu verder de toekomst van de Europese wapenindustrie. De lidstaten van de EU hebben zich er in het nog te ratificeren Verdrag van Lissabon toe verbonden om hun bewapening op te voeren (art. 27 – 3). Niet onbelangrijk is dat de hele militaire EU-politiek zich inschrijft in de NAVO-strategie (art 27 – 7).
De Belgische beslissing om nu ook aan gevechtsoperaties deel te nemen in Afghanistan, was te verwachten. Niet alleen omdat België onder druk stond van andere NAVO-bondgenoten, maar ook vanuit het absurde geloof dat we met militaire slagkracht stabiliteit en orde kunnen scheppen in deze in chaos gedrenkte wereld. Dat het Belgische defensiebeleid zich door meer internationale ambities moest laten leiden, met inbegrip van risico-opdrachten, konden we al aflezen uit de partijprogramma’s van CD&V en MR. Nu we nog meer soldaten naar conflictgebieden zullen sturen, komt ongetwijfeld de volgende stap: de groei van het defensiebudget.
We kijken met stijgende verbazing hoe dit als vanzelfsprekend aan de bevolking wordt verkocht terwijl het politieke debat rond essentiële vragen er maar niet komt: Wat zijn de basisoorzaken van oorlog en geweld? Zijn militaire interventies wel productief? Vormt de westerse houding in de wereld wel een bijdrage tot orde en stabiliteit? En beschikken we (NAVO, EU) over de nodige legitimiteit om voor politieagent en ordehandhaver te spelen in de rest van de wereld?
Als we kijken naar het resultaat van de drie grote optredens van de afgelopen jaren (Servië-Kosovo, Afghanistan en Irak) dan zouden we toch gerust eens wat meer vraagtekens mogen plaatsen bij dat soort van robuuste militaire interventies. Zonder politieke oplossing op het terrein dreigt een militaire interventie het leed alleen maar te vergroten.
Veel valt te zeggen over ons geostrategische en economisch beleid. Als het er op aankomt, hollen we nog altijd onze belangen achterna. In strategische documenten van de VS en de EU heet het steevast dat de energiebevoorrading veiliggesteld moet worden. Het militaire geldt daarbij altijd als het ultieme breekijzer. Irak illustreert dat overtuigend, de fluwelen handschoen (en de enorme Westerse wapenverkopen) ten aanzien van Saoedi-Arabië evenzeer. Verder blijven onze regeringen een absoluut geloof hechten aan het neoliberale marktdogma, terwijl de onevenwichtige handelsrelaties van vandaag in tal van arme landen bijdragen tot de economische ontwrichting met alle gevolgen op vlak van veiligheid. Ons medeleven met de slachtoffers blijkt alvast niet uit de budgetten voor ontwikkelingssamenwerking die in de meeste Europese landen ondermaats blijven in vergelijking met wat in de jaren zestig en zeventig is beloofd.
Dat brengt ons bij de laatste vraag. Zou het echt kunnen dat we amper enkele decennia na een gruwelijke kolonisatieperiode ons plots laten inspireren door gevoelens van ethische bevlogenheid? We zwaaien nogal gemakkelijk met onze ‘superieure’ waarden van democratie en mensenrechten op het ogenblik dat met de zogenaamde ‘oorlog tegen de terreur’ martelpraktijken als een normale ondervragingstechniek worden beschouwd. Bij de ‘bevrijding’ van Irak en Afghanistan sneuvelden vele duizenden burgers onder westerse ‘humanitaire’ bommen. Sindsdien hebben onafhankelijke onderzoekers het over honderdduizenden doden in Irak.
Ook bij de wapenhandel vallen onze regeringen door de mand. De Europese gedragscode verhindert niet dat er massa’s wapens blijven gaan naar gevoelige gebieden. Onze politici ijveren zogezegd voor vrede in het Midden-Oosten terwijl Arabische autocratische regimes en atoommacht Israël tot de tanden toe bewapend worden. Aan de genocide in Rwanda gingen massale wapenleveringen uit Europa vooraf.
Er dringt zich een maatschappelijk debat op over ons veiligheids- en defensiebeleid, maar dan liefst een die uitgaat van het streven naar menselijke veiligheid voor iedereen en niet een die er a priori op gericht is ons militair imago in de buitenwereld op te poetsen.
Laat onze Minister van Defensie dus wat terughoudendheid aan de dag leggen vooraleer hij ‘onze jongens’ naar de oorlogszones van Afghanistan stuurt. Een laatste punt nog: Bij de Nederlandse collega’s die de Belgische militairen nu gaan ondersteunen, zijn al veertien soldaten gesneuveld.
Ludo De Brabander en Georges Spriet (Vrede vzw)
Pol De Vos (StopUSA)
Op 23 februari vindt in De Markten te Brussel de vierde vredesconferentie plaats rond het onderwerp: ‘Interventies: militair én humanitair? Daar stellen de organisatoren ook het boek voor van professor Jean Bricmont, ‘Humanitaire interventies. Mensenrechten als excuus voor oorlog’ (EPO)
De Belgische regering heeft beslist haar militaire aanwezigheid in Afghanistan te vergroten en wil voortaan ook rechtstreeks deelnemen aan gevechtsoperaties. F-16 vliegtuigen moeten luchtsteun verlenen aan de Nederlandse NAVO-troepen die opereren in oorlogszones.
Toen goed zeven jaar geleden de oorlog losbarste stuitte dat op verzet van de vredesbeweging, en dat om verschillende redenen. Met deze vergeldingsoorlog wilde de NAVO terreur beantwoorden met tegenterreur, want hoe noem je anders de grootschalige bombardementen waarvan ook de burgerbevolking het slachtoffer werd? We waarschuwden voor geweldsescalatie en stelden dat terrorisme niet met een oorlogsverklaring bestreden moest worden, maar door het wegnemen van de voedingsbodem ervan.
Verder probeerden we duidelijk te maken dat deze oorlog perfect paste binnen de geostrategische doelstellingen van Washington en bij uitbreiding de NAVO om de ontsluiting van de Centraal-Aziatische energiebronnen te controleren, ten koste van China en Rusland. Tenslotte waarschuwden we voor de effecten op vlak van bewapening en algemene militarisering. Terrorisme en schurkenstaten werden het ultieme argument om werk te maken van een vernieuw militair-industrieel complex. Daar is inmiddels ook bijgekomen dat de ambitie van de NAVO als mondiale ordehandhaver staat of valt met het slagen in Afghanistan. Dat verklaart het hardnekkig vasthouden aan dit niet te winnen conflict.
Het resultaat is inmiddels bekend. Op korte termijn stegen wereldwijd de militaire uitgaven en werd versneld werk gemaakt van een interventiecapaciteit, zowel binnen de NAVO als de EU. De defensie-industrie mocht zich verlekkeren op winstgevende contracten en zou intensief betrokken worden bij de werkgroep die het veiligheids- en defensieluik verzorgde van de Europese grondwet. Het ondertussen opgerichte Europese Defensie Agentschap verzekert nu verder de toekomst van de Europese wapenindustrie. De lidstaten van de EU hebben zich er in het nog te ratificeren Verdrag van Lissabon toe verbonden om hun bewapening op te voeren (art. 27 – 3). Niet onbelangrijk is dat de hele militaire EU-politiek zich inschrijft in de NAVO-strategie (art 27 – 7).
De Belgische beslissing om nu ook aan gevechtsoperaties deel te nemen in Afghanistan, was te verwachten. Niet alleen omdat België onder druk stond van andere NAVO-bondgenoten, maar ook vanuit het absurde geloof dat we met militaire slagkracht stabiliteit en orde kunnen scheppen in deze in chaos gedrenkte wereld. Dat het Belgische defensiebeleid zich door meer internationale ambities moest laten leiden, met inbegrip van risico-opdrachten, konden we al aflezen uit de partijprogramma’s van CD&V en MR. Nu we nog meer soldaten naar conflictgebieden zullen sturen, komt ongetwijfeld de volgende stap: de groei van het defensiebudget.
We kijken met stijgende verbazing hoe dit als vanzelfsprekend aan de bevolking wordt verkocht terwijl het politieke debat rond essentiële vragen er maar niet komt: Wat zijn de basisoorzaken van oorlog en geweld? Zijn militaire interventies wel productief? Vormt de westerse houding in de wereld wel een bijdrage tot orde en stabiliteit? En beschikken we (NAVO, EU) over de nodige legitimiteit om voor politieagent en ordehandhaver te spelen in de rest van de wereld?
Als we kijken naar het resultaat van de drie grote optredens van de afgelopen jaren (Servië-Kosovo, Afghanistan en Irak) dan zouden we toch gerust eens wat meer vraagtekens mogen plaatsen bij dat soort van robuuste militaire interventies. Zonder politieke oplossing op het terrein dreigt een militaire interventie het leed alleen maar te vergroten.
Veel valt te zeggen over ons geostrategische en economisch beleid. Als het er op aankomt, hollen we nog altijd onze belangen achterna. In strategische documenten van de VS en de EU heet het steevast dat de energiebevoorrading veiliggesteld moet worden. Het militaire geldt daarbij altijd als het ultieme breekijzer. Irak illustreert dat overtuigend, de fluwelen handschoen (en de enorme Westerse wapenverkopen) ten aanzien van Saoedi-Arabië evenzeer. Verder blijven onze regeringen een absoluut geloof hechten aan het neoliberale marktdogma, terwijl de onevenwichtige handelsrelaties van vandaag in tal van arme landen bijdragen tot de economische ontwrichting met alle gevolgen op vlak van veiligheid. Ons medeleven met de slachtoffers blijkt alvast niet uit de budgetten voor ontwikkelingssamenwerking die in de meeste Europese landen ondermaats blijven in vergelijking met wat in de jaren zestig en zeventig is beloofd.
Dat brengt ons bij de laatste vraag. Zou het echt kunnen dat we amper enkele decennia na een gruwelijke kolonisatieperiode ons plots laten inspireren door gevoelens van ethische bevlogenheid? We zwaaien nogal gemakkelijk met onze ‘superieure’ waarden van democratie en mensenrechten op het ogenblik dat met de zogenaamde ‘oorlog tegen de terreur’ martelpraktijken als een normale ondervragingstechniek worden beschouwd. Bij de ‘bevrijding’ van Irak en Afghanistan sneuvelden vele duizenden burgers onder westerse ‘humanitaire’ bommen. Sindsdien hebben onafhankelijke onderzoekers het over honderdduizenden doden in Irak.
Ook bij de wapenhandel vallen onze regeringen door de mand. De Europese gedragscode verhindert niet dat er massa’s wapens blijven gaan naar gevoelige gebieden. Onze politici ijveren zogezegd voor vrede in het Midden-Oosten terwijl Arabische autocratische regimes en atoommacht Israël tot de tanden toe bewapend worden. Aan de genocide in Rwanda gingen massale wapenleveringen uit Europa vooraf.
Er dringt zich een maatschappelijk debat op over ons veiligheids- en defensiebeleid, maar dan liefst een die uitgaat van het streven naar menselijke veiligheid voor iedereen en niet een die er a priori op gericht is ons militair imago in de buitenwereld op te poetsen.
Laat onze Minister van Defensie dus wat terughoudendheid aan de dag leggen vooraleer hij ‘onze jongens’ naar de oorlogszones van Afghanistan stuurt. Een laatste punt nog: Bij de Nederlandse collega’s die de Belgische militairen nu gaan ondersteunen, zijn al veertien soldaten gesneuveld.
Ludo De Brabander en Georges Spriet (Vrede vzw)
Pol De Vos (StopUSA)
Op 23 februari vindt in De Markten te Brussel de vierde vredesconferentie plaats rond het onderwerp: ‘Interventies: militair én humanitair? Daar stellen de organisatoren ook het boek voor van professor Jean Bricmont, ‘Humanitaire interventies. Mensenrechten als excuus voor oorlog’ (EPO)
Wednesday, 29 November 2006
Bezetting Afghanistan : Belgische soldaten lopen meer en meer gevaar
Afghanistan wordt bezet door 31.000 NAVO-soldaten uit 37 landen. 300 van hen zijn Belgen. Dit jaar sneuvelden al 41 soldaten
Sinds 2002 moeten de Belgen de veiligheid van de luchthaven van Kaboel verzekeren. Zij patrouilleren er dag en nacht. Maar niemand van hen kan de luchthaven verlaten, wegens te gevaarlijk. "Dat weegt enorm op het moreel. Je moet de hele tijd alert zijn, maar dat is heel vermoeiend", zegt commandant Louis Ditherville. "De jongens lopen op de toppen van hun zenuwen. Het gevaar is nergens en overal".
Afghanistan is intussen al vijf jaar bezet, maar voor de gewone Afghaan heeft die bezetting geen verbetering gebracht. Hoewel het verzet aanvankelijk bijna uitsluitend een zaak was van aanhangers van het vroegere Talibanregime, hebben vele andere groepen zich daar nu bij aangesloten. De spanning blijft dan ook groeien, vooral sinds deze zomer. Tijdens een offensief tegen de opstandelingen in het zuiden van het land zijn in juli van dit jaar minstens 1.000 doden gevallen, onder wie ook heel wat NAVO-soldaten: "Met minstens een dode om de twee, drie dagen, hangen de vlaggen al twee à drie maanden de hele tijd halfstok".
Het aantal aanvallen op de bezettingstroepen stijgt. De NAVO voerde haar patrouilles in Kaboel en omstreken op tot 40 à 70 per dag. Ook bij de Belgen neemt de spanning toe. Op 3 september werden drie raketten afgevuurd op de luchthaven vanuit de nabije bergen van Kuh-e-Khvaje-Rawast Ghar.
De Belgische regering heeft alle reden om haar deelname aan de bezetting van Afghanistan te herzien. Na de eerste gesneuvelde Canadese soldaten is in Canada een brede antioorlogsbeweging in opbouw om de terugtrekking van de troepen te eisen. Laten we er hier niet mee wachten tot ook de eerste Belgische soldaten sneuvelen. (Citaten uit Le Soir)
Sinds 2002 moeten de Belgen de veiligheid van de luchthaven van Kaboel verzekeren. Zij patrouilleren er dag en nacht. Maar niemand van hen kan de luchthaven verlaten, wegens te gevaarlijk. "Dat weegt enorm op het moreel. Je moet de hele tijd alert zijn, maar dat is heel vermoeiend", zegt commandant Louis Ditherville. "De jongens lopen op de toppen van hun zenuwen. Het gevaar is nergens en overal".
Afghanistan is intussen al vijf jaar bezet, maar voor de gewone Afghaan heeft die bezetting geen verbetering gebracht. Hoewel het verzet aanvankelijk bijna uitsluitend een zaak was van aanhangers van het vroegere Talibanregime, hebben vele andere groepen zich daar nu bij aangesloten. De spanning blijft dan ook groeien, vooral sinds deze zomer. Tijdens een offensief tegen de opstandelingen in het zuiden van het land zijn in juli van dit jaar minstens 1.000 doden gevallen, onder wie ook heel wat NAVO-soldaten: "Met minstens een dode om de twee, drie dagen, hangen de vlaggen al twee à drie maanden de hele tijd halfstok".
Het aantal aanvallen op de bezettingstroepen stijgt. De NAVO voerde haar patrouilles in Kaboel en omstreken op tot 40 à 70 per dag. Ook bij de Belgen neemt de spanning toe. Op 3 september werden drie raketten afgevuurd op de luchthaven vanuit de nabije bergen van Kuh-e-Khvaje-Rawast Ghar.
De Belgische regering heeft alle reden om haar deelname aan de bezetting van Afghanistan te herzien. Na de eerste gesneuvelde Canadese soldaten is in Canada een brede antioorlogsbeweging in opbouw om de terugtrekking van de troepen te eisen. Laten we er hier niet mee wachten tot ook de eerste Belgische soldaten sneuvelen. (Citaten uit Le Soir)
Wednesday, 13 September 2006
Afghanistan: record opiumoogst in 2006
De verantwoordelijke van de Verenigde Naties voor drugsbestrijding bevestigt dat de opiumoogst in Afghanistan dit jaar zowat 6.100 ton bedraagt. Dat is 59% meer dan vorig jaar.
Afghanistan is vandaag goed voor 92% van de wereldproductie van opium, op basis waarvan morfine en heroïne worden gemaakt. De oogst voor 2006 blijkt 30% hoger dan wat vandaag wereldwijd wordt verbruikt. In de zuidelijke provincie Helmand steeg de opiumproductie met maar liefst 162%. In die ene provincie wordt zowat 42% van de totale Afghaanse productie geteeld. Antonio Maria Costa, VN-chef voor drugsbestrijding, stelde hierover een rapport voor in de Afghaanse hoofdstad Kaboel1. Tegelijk waarschuwt hij voor een scherpe toename van de volksopstand die kan leiden tot het omverwerpen van het pro-VS regime van president Karzaï. De situatie gaat er voortdurend op achteruit, ondanks de massale militaire aanwezigheid, de harde repressie en de optimistische persberichten.
Costa beschuldigde corrupte ambtenaren ervan grote sommen geld van internationale hulporganisaties achterover te drukken. Hij wil regeringsverantwoordelijken en politiechefs uit de producerende provincies laten ontslaan en laten vervolgen. De internationale opiumhandel is een winstgevende business, waar elk jaar 2,7 miljard dollar mee gemoeid is en die jaarlijks 100.000 mensen de dood injaagt.
1 BBC-news, 2 september 2006
Afghanistan is vandaag goed voor 92% van de wereldproductie van opium, op basis waarvan morfine en heroïne worden gemaakt. De oogst voor 2006 blijkt 30% hoger dan wat vandaag wereldwijd wordt verbruikt. In de zuidelijke provincie Helmand steeg de opiumproductie met maar liefst 162%. In die ene provincie wordt zowat 42% van de totale Afghaanse productie geteeld. Antonio Maria Costa, VN-chef voor drugsbestrijding, stelde hierover een rapport voor in de Afghaanse hoofdstad Kaboel1. Tegelijk waarschuwt hij voor een scherpe toename van de volksopstand die kan leiden tot het omverwerpen van het pro-VS regime van president Karzaï. De situatie gaat er voortdurend op achteruit, ondanks de massale militaire aanwezigheid, de harde repressie en de optimistische persberichten.
Costa beschuldigde corrupte ambtenaren ervan grote sommen geld van internationale hulporganisaties achterover te drukken. Hij wil regeringsverantwoordelijken en politiechefs uit de producerende provincies laten ontslaan en laten vervolgen. De internationale opiumhandel is een winstgevende business, waar elk jaar 2,7 miljard dollar mee gemoeid is en die jaarlijks 100.000 mensen de dood injaagt.
1 BBC-news, 2 september 2006
Subscribe to:
Posts (Atom)