Kosovo onafhankelijk... een goede zaak?
In de jaren ’90 was de burgeroorlog in Joegoslavië dagelijks in het nieuws. Kroatië, Bosnië, Servië, Kosovo… Sinds enkele jaren leek de rust te zijn teruggekeerd. Maar de discussie over de onafhankelijkheid van Kosovo houdt aan. Op 10 december stelde de VN-Veiligheidsraad officieel vast dat de onderhandelingen tussen Servië en Kosovo nog steeds niet tot een akkoord hadden geleid. De Kosovaarse regering wil nu eenzijdig de onafhankelijkheid uitroepen. Een zoveelste lont in het kruitvat…
Pol De Vos en Tony Busselen
Kosovo vandaag
Kosovo is 10.887 km² groot, niet eens een derde van België, en heeft een bevolking van bijna 2 miljoen inwoners. Het merendeel van de bevolking is Albanees (92%), slechts 5% is Servisch. Bijna 3% van de inwoners zijn Roma, Turken en andere nationaliteiten. Kosovo is tot op vandaag deel van Servië. Het grenst aan Montenegro, Macedonië, en Albanië. De hoofdstad Pristina telt 600.000 inwoners.
Kosovo is zowat de meest onderontwikkelde regio van Europa. De grootste werkgever is de Amerikaanse militaire basis en een van de grootste inkomstenbronnen zijn de centen die de Kosovaren van overal in Europa naar huis sturen. De werkloosheid bedraagt 35 à 55%. Bovendien heeft Kosovo de jongste bevolking van Europa, wat het een sociaal explosief land maakt. Sinds de economische banden met Servië werden doorbroken, kende het land een opbloei van de maffia.
Tijdbom die al vele jaren tikt…
- Jaren ’80: Duitsland geeft steun aan nationalistische bewegingen in Joegoslavië: Kroatië, Kosovo,…
- Na de val van de Sovjet-Unie winnen nationalistische bewegingen binnen de Joegoslavische federatie snel aan kracht.
- 1991: Slovenië en Kroatië roepen eenzijdig de onafhankelijkheid uit. Duitsland erkent deze nieuwe staten onmiddellijk.
- Daarna roepen ook Macedonië (1991) en Bosnië (1992) hun onafhankelijkheid uit.
- Oktober 1991: in een ondergronds referendum verklaart Kosovo zich onafhankelijk.
- Tussen 1992 en 1995 hebben een reeks nationalistische oorlogen plaats: in Slovenië, in Kroatië en in Bosnië. Resultaat: 250.000 doden.
- Mei 1992: Kosovo kiest een eigen (ondergronds) parlement en president. Er ontstaat een dubbele samenleving: bovengronds Servisch, ondergronds Albanees.
- 1997: het Kosovaars Bevrijdingsleger (UCK) begint gewapende acties. Belgrado reageert met een militaire campagne. Gevolg: duizenden doden, verwoeste dorpen en honderdduizenden vluchtelingen.
- Vanaf 1998 mengen eerst Europa en daarna ook de Verenigde Staten zich steeds openlijker in het conflict.
- 24 maart 1999: NAVO-luchtoorlog tegen Joegoslavië, dat 11 weken later zwicht.
- 2000-2001: Albanese opstand in Macedonië. De NAVO komt tussenbeide. Vandaag nog steeds EU-soldaten aanwezig.
- 2004: Uitbarsting van geweld van Albanese Kosovaren tegen de Servische minderheid.
- Februari 2006: start van de onderhandelingen tussen Servië en Kosovo.
- Mei 2006: Montenegro spreekt zich in een referendum uit voor onafhankelijkheid.
- 10 december 2007: Veiligheidsraad stelt vast dat Servië en Kosovo geen akkoord bereiken.
Met een beetje hulp van het Westen
Nationalistisch geweld deed Joegoslavië uiteenspatten. Met de steun van Duitsland en de Verenigde Staten. Ook vandaag is het Westen alles behalve neutraal.
Zolang Joegoslavië socialistisch was, waren de tegenstellingen tussen de verschillende nationaliteiten relatief beperkt gebleven. Tussen rijkere en armere deelstaten was er een herverdeling van middelen. Maar daar kwam vanaf 1990 een einde aan. In de jaren ’90 geraakte Joegoslavië helemaal in de greep van het nationalistische geweld.
Ook in Kosovo radicaliseerde een afscheidingsbeweging, die door Servië militair werd onderdrukt. Servië was in het vroegere Joegoslavië de grootste deelstaat. (zie kaart) Tot 2006 vormde het nog een federatie met Montenegro, maar ook die sneuvelde vorig jaar.
Kosovo was, anders dan Bosnië, Montenegro of Kroatië, geen deelstaat van Joegoslavië maar maakte integraal deel uit van de deelstaat Servië, zij het dat het daarin een ‘autonome regio’ vormde.
Al van in de jaren ’80 ondersteunde de Duitse geheime dienst ook in Kosovo separatistische bewegingen. Om dezelfde redenen waarom hij in de Kroatië en de andere deelrepublieken de nationalisten steunde, namelijk om de eigen Duitse invloed in de Balkan te versterken.
Eind 1998 namen de Verenigde Staten het initiatief in handen. Ze steunden volop de militaire Kosovaarse afscheidingsbeweging UCK. In 1999 begonnen ze een vernietigende oorlog om president Milosevic van de macht te verdrijven.
Sindsdien wordt Kosovo door NAVO-troepen bezet. Het gebied werd onder het bestuur van de Verenigde Naties geplaatst, zogezegd in afwachting van een akkoord tussen de Serviërs en de Kosovaren. Maar Servië verwijt de NAVO en de VN een partijdige opstelling. Ondanks de aanwezigheid van VN en NAVO zijn er inderdaad geregeld uitbarstingen van etnisch geweld van Kosovaren tegen de Servische en andere minderheden.
Blijvend geruzie
In februari 2006 werden onderhandelingen opgestart over het finale statuut van Kosovo onder leiding van VN-gezant Ahtisaari. Aangezien de UCK elk compromis afwees en daardoor een akkoord onmogelijk maakte, werkte Ahtisaari begin 2007 zelf een voorstel uit. Kosovo krijgt daarin een gesuperviseerde onafhankelijkheid. In de Veiligheidsraad weigerden Rusland en China dit voorstel, omdat het indruist tegen het internationaal recht. Vanaf augustus 2007 gingen de VS, Europa en Rusland opnieuw onderhandelen. Op 10 december melden de onderhandelaars aan de VN-Veiligheidsraad dat er nog steeds geen akkoord is.
Op 14 december besliste de Europese Unie de eenzijdige onafhankelijkheid van Kosovo ‘voorlopig’ niet erkennen. Al is een meerderheid van 22/27 lidstaten er wel voor de vinden. O.a. Cyprus, Griekenland en Spanje zijn hard tegen. Er is wel beslist om 1.800 politiemannen en magistraten te sturen. In ruil voor het aanvaarden van de Kosovaarse onafhankelijkheid mag Servië versneld lid worden van de EU. Servië noemde dit "een schandelijk voorstel".
Het politieke spelletje van de Verenigde Staten
Het eenzijdig uitroepen van de onafhankelijkheid door Kosovo heeft voor de VS alleen maar voordelen: ze zullen nog machtiger worden.
In plaats van een meer gematigd compromis naar voor te schuiven, blijven de Verenigde Staten en een groot deel van de Europese Unie de Kosovaarse onafhankelijkheid steunen. De VS namen een duidelijk standpunt in: “Als er geen akkoord komt, dan steunen wij de eenzijdige onafhankelijkheid van Kosovo.” Waarom zouden de Kosovaren dan nog onderhandelen?
Rusland en China willen daarentegen geen overhaaste beslissing forceren en verwijzen onder andere naar Cyprus, waar al dertig jaar lang gepraat wordt over een mogelijke hereniging van het Turkse en het Griekse deel van het eiland. Wat geen beletsel was om Grieks Cyprus op te nemen in de Europese Unie.
Rusland vreest dat een eenzijdige onafhankelijkheid voor toenemende instabiliteit zou zorgen in het zuiden van Rusland (Tsjetsjenië) en de Caucasus. Overigens zou dat ook in de Balkan en in sommige Europese landen (Catatonië en Baskenland in Spanje, en Corsica in Frankrijk) de separatisten aanmoedigen.
De VS juichen de onafhankelijkheid toe. Zij hebben zeer veel baat bij het aanslepende geruzie tussen Kosovo en Servië. Door de instabiliteit in deze regio verder aan te wakkeren, wordt de NAVO meer dan ooit ‘onontbeerlijk’ als permanente ‘vredesmacht’ in de regio. Hiermee wordt ook de Westerse – in de eerste plaats de Amerikaanse – greep op de Balkan en Oost-Europa verder verstevigd, ten nadele van Rusland.
De onafhankelijkheid van Kosovo betekent daarmee niet alleen voor Servië een klap, ze is vooral ook een politieke nederlaag voor Rusland. De Verenigde Staten hopen Servië verder te kunnen losweken van zijn ‘zwakke’ Russische grote broer, door het verlies van Kosovo te compenseren met een toekomstig EU-lidmaatschap en zelfs NAVO-lidmaatschap.
Alles voor de olie
Na 1999 bouwden de VS in Kosovo de legerbasis 'Camp Bondsteel'. Dat blijkt zowat de belangrijkste strategische doelstelling van de VS in hun oorlog tegen Joegoslavië. Camp Bondsteel ligt vlakbij belangrijke oliepijplijnen die doorheen de zuidelijke Balkan worden gebouwd. Ze moet olie doorvoeren die aankomt in de Bulgaarse oliehaven Burgas aan de Zwarte zee, door Macedonia naar de Albanese haven Vlore aan de Adriatische zee.
Bondsteel wordt gezien als een belangrijke schakel in de reorganisatie van de Amerikaanse basissen in Europa en meer naar het Oosten. De Washington Post schreef al in 1999 tijdens de oorlog: “Met een steeds fragieler Midden-Oosten, hebben we vliegbases nodig en vliegrechten vanuit de Balkan, om de olie in de Kaspische zee te beschermen”.
Interview Professor Raymond Detrez, Oost-Europa-kenner
“Net als in 1913 wordt Servië’s toekomst bepaald door de grootmachten”
Detrez volgt Joegoslavië al 30 jaar. Hij zag hoe de grootmachten binnenlandse tegenstellingen opdrijven en in hun eigen voordeel exploiteren.
Hoe kadert u de conflicten tussen Kosovo en Servië?
Raymond Detrez. Fundamenteel blijft de Kosovaarse kwestie een banaal nationalistisch conflict: twee naties die aanspraak maken op hetzelfde grondgebied. In 1913 heeft Servië zijn slag thuis gehaald, ook al was de bevolking toen al overwegend Albanees. Zij hebben dat toen gedaan door… ja, eigenlijk op dezelfde manier als de Kosovaren dat vandaag doen: door de grootmachten te betrekken in dat conflict, door het voor te stellen als een mensenrechtenkwestie. Toen was dat gebied Turks. De Serviërs werden onderdrukt en moesten bevrijd worden… De Albanezen werden geïdentificeerd met de Turken, want zij waren ook moslims… Die arme Serviërs moesten daar dan toch beschermd worden. Vandaag liggen de kaarten anders. Het ziet ernaar uit dat de Albanezen hun slag gaan thuis halen. Grotendeels op dezelfde manier. Deze keer speelden zij de rol van slachtoffers, en dat hebben ze in hun public relations naar de grootmachten goed verkocht.
Hoe sterk spelen die grootmachten belang?
Raymond Detrez. Die grootmachten liggen niet aan de basis van het probleem. Maar net als in 1913 wordt de uitkomst bepaald door de krachtsverhoudingen in wat we vandaag de ‘internationale gemeenschap’ noemen.
U bedoelt de Verenigde Staten?
Raymond Detrez. Ook voor Europa is het een belangrijk gebied. De VS spelen graag de rol van ‘big fixer’, de macht die de wereld leidt en altijd alles moet oplossen. Een soort van missie die ze denken te hebben. Maar er spelen ook andere belangen: de Balkan is al eeuwenlang belangrijk voor de controle over het Oosten van de Middellandse Zee. Er wordt ook gewezen op de oliepijpleidingen die daar lopen.
Er is ook Camp Bondsteel, de militaire basis die de Verenigde Staen in 1999 in Kosovo bouwden. Voor velen wees die basis erop dat het voor de VS om veel méér ging…
Raymond Detrez. Om te beginnen, Bondsteel is inderdaad wel een beetje buiten maat. Het ging duidelijk niet alleen om het verschaffen van onderdak aan de Amerikaanse soldaten die toen in Kosovo verbleven. Er zat toen al een langetermijnstrategie achter, en dat men toen al van plan was om Kosovo niet opnieuw Servisch te maken.
En van Russische zijde?
Raymond Detrez. Daar speelt er vooral de frustratie over de uitbreiding van de NAVO. Rusland verliest steeds meer invloed in Oost-Europa. Daar proberen ze er iets aan te doen, maar er is natuurlijk ook een nationalistische oppositie in Rusland die aan de kant van de Serviërs staat. Bovendien is Rusland bevreesd voor navolging. De Russen worden ook met allerhande afscheidingsbewegingen geconfronteerd die vechten voor de onafhankelijkheid van hun regio. Dat is een belangrijk probleem. De soevereiniteit van staten is tot nu toe toch altijd een belangrijk principe geweest. En ook internationaal bestaat er min of meer een consensus dat minderheden zich niet zomaar kunnen afscheiden.
Hoe ging men in Joegoslavië om met de regionale tegenstellingen?
Raymond Detrez. In Joegoslavië waren de noordelijke deelstaten Slovenië, Kroatië en het noorden van Servië meer geïndustrialiseerd, en stonden economisch sterker. Het zuiden is altijd veel minder ontwikkeld geweest: Kosovo, Macedonië, enzovoorts. Men heeft wel geprobeerd om dat zuiden te ontwikkelen. Toch is die tegenstelling verder gegroeid. De inkomensverschillen waren wel een stuk kleiner dan de verschillen in productiviteit tussen de regio’s. Maar het noorden ging dat steeds meer beschouwen als “het zuiden leeft op onze kap”.
Klinkt vertrouwd… als je ziet wat er vandaag in België gebeurt.
Raymond Detrez. (lacht) Er liggen ongelooflijk veel parallellen…. Maar laat me eerst stellen wat niet hetzelfde is. Zo’n burgeroorlog als in de jaren ’90 zie ik bij ons nog niet gebeuren. Hier bestaan allerhande mechanismen die dat kunnen voorkomen. (aarzelt)… Alhoewel ze in Joegoslavië ook zeker waren dat zoiets nooit zou gebeuren. Maar goed.
Welke parallellen ziet u?
Raymond Detrez. Er is een federale staat op etnische basis. Duitsland en Zwitserland of de Verenigde Staten zijn ook federale staten, maar die zijn niet ingedeeld in etnische deelstaten. Maar hier heb je deelstaten die grotendeels samenvallen met etnische groepen: Slovenen, Kroaten, Serviërs ginder, Walen en Vlamingen hier. Daardoor krijgen sociale en politieke problemen een speciale dynamiek. Het worden nationale problemen.
U bedoelt dat economische en sociale problemen nu etnisch worden ingekleurd?
Raymond Detrez. Ja, precies. En dan staat direct de eer van de natie op het spel. Er wordt een grote volkssolidariteit gecreëerd, die eigenlijk op niet zoveel berust.
In Joegoslavië ging het vooral over ‘wie beslist wat er met het staatsbudget gebeurt’. Dat was vooral ook de reden waarom de Kroaten en de Slovenen meer autonomie wilden, namelijk om te beletten dat het nationale niveau een herverdeling ten voordele van het zuiden kon regelen. Dus een stuk tegen het solidariteitsmechanisme.
Dat is te vergelijken met België. Maar aan de andere kant gaan Vlamingen massaal naar Wallonië op vakantie. En de kust zit vol Franstaligen en je ziet daar toch nooit ruzie. Dat was vroeger in Joegoslavië ook zo. Maar nu is daar het onherstelbare gedaan. Onafhankelijkheid kan je niet zomaar terugdraaien.
Saturday, 15 December 2007
Sunday, 9 December 2007
Bolivia: Legerchef steunt Evo Morales
De oppositie zocht steun bij het leger voor een staatsgreep tegen president Morales. Maar commandant Wilfredo Vargas.
Evo Morales stelde dat de oppostie steun had gezocht in de legerkazernes om een staatsgreep te plegen. Maar legerchef Wilfredo Vargas antwoordde dat dergelijke vraag “een belediging voor het leger” was. Vargas verdedigde de ‘sociale revolutie’ van president Morales en noemde de oppositieleiders COBARDES omdat ze de militairen opriepen om te breken met de democratie.
De oppositie wil een brede opstand uitlokken op 13 en 14 december. In een tegenstrategie roept Evo Morales op tot een grote manifestatie op 15 december om de nieuwe grondwet van Bolivia te vieren.
Tegelijk werden in Sucre zes mensen in beschuldiging gesteld, onderhen een journalist en een studentenleider, als aanstokers van het geweld toen de oppositie eind november de zitting van de grondwetgevende vergadering wou verhinderen. Daarbij vielen toen 3 doden en tientallen gewonden.
Evo Morales stelde dat de oppostie steun had gezocht in de legerkazernes om een staatsgreep te plegen. Maar legerchef Wilfredo Vargas antwoordde dat dergelijke vraag “een belediging voor het leger” was. Vargas verdedigde de ‘sociale revolutie’ van president Morales en noemde de oppositieleiders COBARDES omdat ze de militairen opriepen om te breken met de democratie.
De oppositie wil een brede opstand uitlokken op 13 en 14 december. In een tegenstrategie roept Evo Morales op tot een grote manifestatie op 15 december om de nieuwe grondwet van Bolivia te vieren.
Tegelijk werden in Sucre zes mensen in beschuldiging gesteld, onderhen een journalist en een studentenleider, als aanstokers van het geweld toen de oppositie eind november de zitting van de grondwetgevende vergadering wou verhinderen. Daarbij vielen toen 3 doden en tientallen gewonden.
Labels:
Latin-America
Saturday, 8 December 2007
Bolivia : Nieuwe grondwet in de maak - Oppositie dreigt met staatsgreep
Deze week wil de grondwetgevende vergadering in Bolivia de grondwetsherziening goedkeuren. Deze moet daarna door een volksreferendum worden bekrachtigd. Maar de rechtse oppositie tegen Evo Morales dreigt met een staatsgreep.
De nieuwe grondwet voor Bolivia geeft meer politieke macht aan de indiaanse meerderheid en maakt een diepgaande landhervorming mogelijk. Ze bevestigt ook de nationalisatie van de bodemrijkdommen en verzekert de nationale eenheid van het land tegen de afscheidingsplannen van departementen als Santa Cruz, waar zich de rijkdommen van Bolivia concentreren. Bovendien krijgt Bolivia een gedifferentieerde economie: naast privébezit worden ook staatseigendom en communautair bezit in de grondwet ingeschreven. Andere artikelen bepalen dat de staat moet garanderen dat onderwijs, gezondheidszorg en sport voor alle Bolivianen toegankelijk zijn, zonder enig onderscheid of discriminatie. Al deze nochtans duidelijk democratische hervormingen zijn voor de rechtse oppositie onaanvaardbaar.
De rijke minderheid in Bolivia leeft al vele jaren in een soort apartheidsregime dat de inheemse boeren als minderwaardig behandelt. Toen Evo Morales, zelf ook van indiaanse afkomst, in 2005 de presidentsverkiezingen met 54% van de stemmen won, was dit voor de Boliviaanse rijken al een zware vernedering. Maar Bolivia kent vandaag wel de beste economische groei sinds 20 jaar. De exportopbrengsten stegen in 2006 naar een historisch record van 4 miljard dollar, een groei met 44% in vergelijking met het jaar voordien. De fiscale inkomsten stegen met 46% in 2006 en het land heeft met 3,2 miljard dollar een grote reserve dan ooit. Met de nieuwe inkomsten voerde Morales sociale maatregelen door zoals een maandelijkse toelage van 26 dollar per schoolgaand kind voor arme families, een pensioen van 25 dollar per maand voor alle Bolivianen boven de 60 jaar, een alfabetiseringscampagne, enzovoorts.
Allemaal overbodige uitgaven, vinden de grote landeigenaars en de rijke Bolivianen van Europese afkomst. Dat de landeigenaars hun land moeten delen met arme boeren, dat de olie- en gasrijkdommen staatseigendom zijn en dat de opbrengst van deze rijkdommen dienen om pensioenen te betalen... Dat de nieuwe grondwet dit alles bevestigt en bovendien het streven naar afscheiding van de rijkste provincies onmogelijk maakt, is voor hen volkomen onaanvaardbaar.
Oppositie zoekt confrontatie
De rechtse oppositie controleert de vier provincies in het oosten, waar hoofdzakelijk Bolivianen van Europese afkomst wonen. Deze provincies bezitten de rijkste landbouwgronden en de olie- en gasvoorraden. Ze beslaan 70% van het Boliviaanse grondgebied. Maar 67% van de bevolking leeft onder de armoedegrens. De grote meerderheid van Bolivanen steunt dan ook Morales en zijn Movimento al Socialismo (MAS). Het gaat over de inheemse cocaboeren en de mijnwerkers in de arme Andes-provincies en een belangrijk deel van de arbeiders- en de middenklasse in de steden.
In de opstandige provincies zaaien paramilitaire groepen met de hulp van de lokale overheid terreur. Ze worden getraind door instructeurs uit onder andere Israël en Kroatië. En net als in Venezuela kunnen de lokale rijken rekenen op de steun van de Amerikaanse ambassade. Toen in het weekend van 24 en 25 november het ontwerp van grondwetsherziening besproken werd, vielen er bij onlusten vier doden en meer dan 100 gewonden. Enkele dagen later kondigde de oppositie in zes van de negen provincies een 24-uren staking af.
Referendum om eenheid te redden
Vorige donderdag hield de Bolviaanse president Evo Morales een dramatische tv-speech waarin hij een referendum aankondigde om zijn mandaat en dat van de negen provinciegouverneurs door de kiezers te laten bevestigen. “Als de mensen zeggen: ‘Evo moet vertrekken’, heb ik daar geen probleem mee”, zei Morales. De vier gouverneurs die het verzet tegen de grondswetswijziging aanvoeren, hebben al gezegd dat ook zij bereid zijn hun mandaat in de waagschaal te leggen. Maar ze blijven zich verzetten tegen de stemming over de nieuwe grondwet op donderdag 13 en 14 december. De dreiging van een staatsgreep of een burgeroorlog blijft dus boven het land hangen. Dergelijke evolutie zou een catastrofe betekenen voor het land en ook voor heel het continent.
Arlac-intal roept op tot een demonstratie om de democratie in Bolivië te verdedigen. Tegen de staatsgreep en de burgeroorlog!
Op vrijdag 14 december 2007, 17.30u
Rond punt Schuman, tegenover de zetel van de Ministerraad van de Europese Unie – Metro Schuman – Brussel.
(www.arlac.be)
Voor info: arlac@arlac.be
De nieuwe grondwet voor Bolivia geeft meer politieke macht aan de indiaanse meerderheid en maakt een diepgaande landhervorming mogelijk. Ze bevestigt ook de nationalisatie van de bodemrijkdommen en verzekert de nationale eenheid van het land tegen de afscheidingsplannen van departementen als Santa Cruz, waar zich de rijkdommen van Bolivia concentreren. Bovendien krijgt Bolivia een gedifferentieerde economie: naast privébezit worden ook staatseigendom en communautair bezit in de grondwet ingeschreven. Andere artikelen bepalen dat de staat moet garanderen dat onderwijs, gezondheidszorg en sport voor alle Bolivianen toegankelijk zijn, zonder enig onderscheid of discriminatie. Al deze nochtans duidelijk democratische hervormingen zijn voor de rechtse oppositie onaanvaardbaar.
De rijke minderheid in Bolivia leeft al vele jaren in een soort apartheidsregime dat de inheemse boeren als minderwaardig behandelt. Toen Evo Morales, zelf ook van indiaanse afkomst, in 2005 de presidentsverkiezingen met 54% van de stemmen won, was dit voor de Boliviaanse rijken al een zware vernedering. Maar Bolivia kent vandaag wel de beste economische groei sinds 20 jaar. De exportopbrengsten stegen in 2006 naar een historisch record van 4 miljard dollar, een groei met 44% in vergelijking met het jaar voordien. De fiscale inkomsten stegen met 46% in 2006 en het land heeft met 3,2 miljard dollar een grote reserve dan ooit. Met de nieuwe inkomsten voerde Morales sociale maatregelen door zoals een maandelijkse toelage van 26 dollar per schoolgaand kind voor arme families, een pensioen van 25 dollar per maand voor alle Bolivianen boven de 60 jaar, een alfabetiseringscampagne, enzovoorts.
Allemaal overbodige uitgaven, vinden de grote landeigenaars en de rijke Bolivianen van Europese afkomst. Dat de landeigenaars hun land moeten delen met arme boeren, dat de olie- en gasrijkdommen staatseigendom zijn en dat de opbrengst van deze rijkdommen dienen om pensioenen te betalen... Dat de nieuwe grondwet dit alles bevestigt en bovendien het streven naar afscheiding van de rijkste provincies onmogelijk maakt, is voor hen volkomen onaanvaardbaar.
Oppositie zoekt confrontatie
De rechtse oppositie controleert de vier provincies in het oosten, waar hoofdzakelijk Bolivianen van Europese afkomst wonen. Deze provincies bezitten de rijkste landbouwgronden en de olie- en gasvoorraden. Ze beslaan 70% van het Boliviaanse grondgebied. Maar 67% van de bevolking leeft onder de armoedegrens. De grote meerderheid van Bolivanen steunt dan ook Morales en zijn Movimento al Socialismo (MAS). Het gaat over de inheemse cocaboeren en de mijnwerkers in de arme Andes-provincies en een belangrijk deel van de arbeiders- en de middenklasse in de steden.
In de opstandige provincies zaaien paramilitaire groepen met de hulp van de lokale overheid terreur. Ze worden getraind door instructeurs uit onder andere Israël en Kroatië. En net als in Venezuela kunnen de lokale rijken rekenen op de steun van de Amerikaanse ambassade. Toen in het weekend van 24 en 25 november het ontwerp van grondwetsherziening besproken werd, vielen er bij onlusten vier doden en meer dan 100 gewonden. Enkele dagen later kondigde de oppositie in zes van de negen provincies een 24-uren staking af.
Referendum om eenheid te redden
Vorige donderdag hield de Bolviaanse president Evo Morales een dramatische tv-speech waarin hij een referendum aankondigde om zijn mandaat en dat van de negen provinciegouverneurs door de kiezers te laten bevestigen. “Als de mensen zeggen: ‘Evo moet vertrekken’, heb ik daar geen probleem mee”, zei Morales. De vier gouverneurs die het verzet tegen de grondswetswijziging aanvoeren, hebben al gezegd dat ook zij bereid zijn hun mandaat in de waagschaal te leggen. Maar ze blijven zich verzetten tegen de stemming over de nieuwe grondwet op donderdag 13 en 14 december. De dreiging van een staatsgreep of een burgeroorlog blijft dus boven het land hangen. Dergelijke evolutie zou een catastrofe betekenen voor het land en ook voor heel het continent.
Arlac-intal roept op tot een demonstratie om de democratie in Bolivië te verdedigen. Tegen de staatsgreep en de burgeroorlog!
Op vrijdag 14 december 2007, 17.30u
Rond punt Schuman, tegenover de zetel van de Ministerraad van de Europese Unie – Metro Schuman – Brussel.
(www.arlac.be)
Voor info: arlac@arlac.be
Labels:
Latin-America,
USA
Wednesday, 5 December 2007
Venezuela: Chavez verliest referendum over nieuwe grondwet
"We laten de versterking van het socialisme niet los"
50,7% van de kiezers stemde tegen het voorstel tot grondwetswijziging. Maar Chávez laat de moed niet zakken: Wij zijn vechters en laten het idee om het socialisme verder te versterken niet los.
Om 1.15u lokale tijd 6.15u Belgische tijd kwam de uitslag erdoor. De Nationale verkiezingsraad had de aankondiging van de eerste resultaten vele uren uitgesteld, omdat het verschil zo klein was. Maar uiteindelijk werd, met 88% van de stemmen geteld, aangekondigd dat NEEN het referendum had gewonnen met 50,7% tegen 49,3% voor JA.1
Chávez: Ik begrijp en aanvaard dat de hervorming die ik heb voorgesteld is verworpen. Het was een integraal en volledig uitgewerkt voorstel. Zonder deze hervorming, dus gebaseerd op onze huidige grondwet, zullen we het nieuwe Venezuela verder opbouwen. Dat ondanks alle tegenkantingen 49% van de kiezers voor dit socialistische project hebben gekozen, is een belangrijke kwalitatieve sprong. Onze strijd is een lange strijd. Voorlopig hebben we dit gevecht voor een nieuwe grondwet verloren. Maar we geven niet op...
Waarom is de steun voor deze nieuwe grondwet onvoldoende breed gebleken? De vraag rijst of de leugencampagne en de politieke aanvallen vanuit de Verenigde Staten en vanuit de pro-Amerikaanse elite voldoende werden gecounterd. Werden de mediamanipulatie en de inmenging vanuit het buitenland correct ingeschat en beantwoord?
Operatie knijptang
Enkele dagen geleden lekte een document uit van Michael Steere, CIA-functionaris met standplaats in de VS-ambassade in Caracas, dat de vorderingen van operatie knijptang een destabilisatieplan tegen Chávez analyseert2. De CIA blijkt zich te hebben uitgesloofd in zijn steun aan de oppositie om de nieuwe grondwet te laten afkeuren. Ze leidde een publiciteitscampagne tegen de grondwet, psychologische acties om de mensen te beďnvloeden, en de samenwerking met persagentschappen en met nationale en internationale media.
Zo werden kleine handelaars angst ingeboezemd dat ze zouden onteigend worden, en dat hun winkeltje staatseigendom zou worden. Een ander absurd voorbeeld van de anti-Chávez campagne was een paginagrote advertentie onder de titel Als je een moeder bent, dan verlies je! Want je zal je huis verliezen, je familie en je kinderen (kinderen zullen eigendom worden van de staat). Deze illegale advertentie werd verboden door de Venezolaanse verkiezingsraad, maar was ondertussen in allerhande privé-media overgenomen. De reactie van Chávez was om er grappen over te maken in zijn vele toespraken, om zo de invloed ervan tegen te gaan.
Tijdens zijn reactie op de uitslag citeerde President Chávez zijn grote voorbeeld Simon Bolivar, de leider van de onafhankelijkheidsstrijd van Latijns Amerika in de 19de eeuw: Ik heb naar de stem van het volk geluisterd en ik zal dat altijd doen. Bij de presidentsverkiezingen van december 2006 waren het nog bijna 7,3 miljoen Venezolanen die Chávez steunden. Deze keer waren dat er slechts 4,3 miljoen. En veel meer mensen bleven thuis (44%). We moeten deze situatie analyseren. We zijn er niet in geslaagd deze mensen te bereiken, en we moeten dus bekijken wat er is gebeurd. stelde Chávez.
Chávez blijft optimistisch: Deze nederlaag betekent zeker niet dat ons toekomstproject heeft afgedaan. Nee, op basis van de huidige grondwet gaan we door met de verdere opbouw met een Venezuela dat zich politiek, economisch, sociaal, en moreel versterkt. Maar het zal nu trager en moeizamer gaan. We zijn vechters en we laten het idee om het socialisme verder te versterken niet los.
1 Nationale radio Venezuela
2 www.venezuelanalysis.com/news/2942 - 3 december 2007
50,7% van de kiezers stemde tegen het voorstel tot grondwetswijziging. Maar Chávez laat de moed niet zakken: Wij zijn vechters en laten het idee om het socialisme verder te versterken niet los.
Om 1.15u lokale tijd 6.15u Belgische tijd kwam de uitslag erdoor. De Nationale verkiezingsraad had de aankondiging van de eerste resultaten vele uren uitgesteld, omdat het verschil zo klein was. Maar uiteindelijk werd, met 88% van de stemmen geteld, aangekondigd dat NEEN het referendum had gewonnen met 50,7% tegen 49,3% voor JA.1
Chávez: Ik begrijp en aanvaard dat de hervorming die ik heb voorgesteld is verworpen. Het was een integraal en volledig uitgewerkt voorstel. Zonder deze hervorming, dus gebaseerd op onze huidige grondwet, zullen we het nieuwe Venezuela verder opbouwen. Dat ondanks alle tegenkantingen 49% van de kiezers voor dit socialistische project hebben gekozen, is een belangrijke kwalitatieve sprong. Onze strijd is een lange strijd. Voorlopig hebben we dit gevecht voor een nieuwe grondwet verloren. Maar we geven niet op...
Waarom is de steun voor deze nieuwe grondwet onvoldoende breed gebleken? De vraag rijst of de leugencampagne en de politieke aanvallen vanuit de Verenigde Staten en vanuit de pro-Amerikaanse elite voldoende werden gecounterd. Werden de mediamanipulatie en de inmenging vanuit het buitenland correct ingeschat en beantwoord?
Operatie knijptang
Enkele dagen geleden lekte een document uit van Michael Steere, CIA-functionaris met standplaats in de VS-ambassade in Caracas, dat de vorderingen van operatie knijptang een destabilisatieplan tegen Chávez analyseert2. De CIA blijkt zich te hebben uitgesloofd in zijn steun aan de oppositie om de nieuwe grondwet te laten afkeuren. Ze leidde een publiciteitscampagne tegen de grondwet, psychologische acties om de mensen te beďnvloeden, en de samenwerking met persagentschappen en met nationale en internationale media.
Zo werden kleine handelaars angst ingeboezemd dat ze zouden onteigend worden, en dat hun winkeltje staatseigendom zou worden. Een ander absurd voorbeeld van de anti-Chávez campagne was een paginagrote advertentie onder de titel Als je een moeder bent, dan verlies je! Want je zal je huis verliezen, je familie en je kinderen (kinderen zullen eigendom worden van de staat). Deze illegale advertentie werd verboden door de Venezolaanse verkiezingsraad, maar was ondertussen in allerhande privé-media overgenomen. De reactie van Chávez was om er grappen over te maken in zijn vele toespraken, om zo de invloed ervan tegen te gaan.
Tijdens zijn reactie op de uitslag citeerde President Chávez zijn grote voorbeeld Simon Bolivar, de leider van de onafhankelijkheidsstrijd van Latijns Amerika in de 19de eeuw: Ik heb naar de stem van het volk geluisterd en ik zal dat altijd doen. Bij de presidentsverkiezingen van december 2006 waren het nog bijna 7,3 miljoen Venezolanen die Chávez steunden. Deze keer waren dat er slechts 4,3 miljoen. En veel meer mensen bleven thuis (44%). We moeten deze situatie analyseren. We zijn er niet in geslaagd deze mensen te bereiken, en we moeten dus bekijken wat er is gebeurd. stelde Chávez.
Chávez blijft optimistisch: Deze nederlaag betekent zeker niet dat ons toekomstproject heeft afgedaan. Nee, op basis van de huidige grondwet gaan we door met de verdere opbouw met een Venezuela dat zich politiek, economisch, sociaal, en moreel versterkt. Maar het zal nu trager en moeizamer gaan. We zijn vechters en we laten het idee om het socialisme verder te versterken niet los.
1 Nationale radio Venezuela
2 www.venezuelanalysis.com/news/2942 - 3 december 2007
Labels:
Latin-America,
USA
Subscribe to:
Posts (Atom)